Conclusie
middel
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, wegens bezit en aanbieden van kinderpornografisch materiaal en dierenporno. Het hof motiveerde de straf mede door te verwijzen naar een uittreksel Justitiële Documentatie waaruit zou blijken dat de verdachte eerder onherroepelijk was veroordeeld, wat de ernst van het feit zou verhogen.
Bij nadere bestudering van het uittreksel Justitiële Documentatie bleek echter dat de verdachte voor de relevante periode niet onherroepelijk was veroordeeld voor een strafbaar feit dat de huidige feiten voorafging. De eerdere veroordeling betrof een onherroepelijke uitspraak van 2013 over feiten gepleegd vóór de onderhavige feiten, maar het hof had ten onrechte aangenomen dat deze eerdere veroordeling de huidige feiten voorafging en strafverzwarend kon zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de strafoplegging onvoldoende heeft gemotiveerd door deze onjuiste veronderstelling en vernietigt daarom het onderdeel van het arrest dat betrekking heeft op de strafoplegging. De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe beoordeling van de strafoplegging, terwijl het overige beroep wordt verworpen.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een nauwkeurige en feitelijk correcte motivering van de strafoplegging, in het bijzonder bij verwijzing naar eerdere veroordelingen en de gevolgen daarvan voor de strafmaat.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens ontoereikende motivering en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.