Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
erkenningvan een buitenlands arbitraal vonnis. Volgens het onderdeel leidt de mogelijkheid tot het instellen van een rechtsmiddel tegen een beschikking tot erkenning van een buitenlands arbitraal vonnis op grond van art. 1075 Rv Pro niet tot schending van art. III van het Verdrag van New York. In Nederland bestaat geen afzonderlijke procedure voor de erkenning van een in Nederland gewezen arbitraal vonnis, zodat een vergelijking met de procedurevoorschriften voor de erkenning van buitenlandse arbitrale vonnissen niet mogelijk is. De procedurevoorschriften van het Nederlandse arbitragerecht die gelden voor de erkenning van buitenlandse arbitrale vonnissen kunnen dan ook niet ‘substantially more onerous’ zijn, aldus het middel.
identiekzijn aan die van art. 1064 lid 3 Rv Pro. Het gaat erom dat voor dan wel na verlening van het exequatur in Nederland – ik citeer de Hoge Raad – ‘een met art. 1064 lid 3 Rv Pro
vergelijkbarevoorziening’ (mijn curs., A-G) in de Verenigde Staten bestaat om vernietiging van het arbitraal vonnis bij de Amerikaanse overheidsrechter te vragen. Vaststaat dat die mogelijkheid heeft bestaan. Al aangenomen dat een met art. 1064 lid Pro 3, derde volzin, Rv vergelijkbare tweede termijn in het Amerikaanse recht ontbreekt om de vernietiging van een arbitraal vonnis te kunnen vragen nadat exequatur in het buitenland is verleend, zal deze omstandigheid Nelux c.s. overigens niet kunnen baten omdat de tweede termijn van art. 1064 lid Pro 3, derde volzin, Rv slechts van belang is voor het geval het arbitraal vonnis, voorzien van een verlof tot tenuitvoerlegging, aan de wederpartij is betekend. [25] Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake, aangezien het slechts om de erkenning van het arbitraal vonnis in Nederland gaat.