Conclusie
middelklaagt dat het hof verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn beroep omdat het hof had moeten bepalen dat de stukken van het geding naar de Hoge Raad dienden te worden verzonden.
Parket bij de Hoge Raad
Verdachte werd door de kantonrechter veroordeeld wegens overtreding van artikel 4:6 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de Gemeente Cranendonck 2010, zonder dat een straf of maatregel werd opgelegd op grond van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Tegen dit vonnis stelde verdachte hoger beroep in, maar het hof verklaarde hem niet-ontvankelijk omdat volgens artikel 404 lid 2 Sv Pro geen hoger beroep openstaat voor de verdachte in dergelijke gevallen.
De Hoge Raad oordeelt dat op grond van artikel 404 lid 4 Sv Pro tegen een dergelijk vonnis wel cassatie openstaat indien het een overtreding betreft van een gemeentelijke verordening. Omdat verdachte abusievelijk hoger beroep had ingesteld in plaats van cassatie, had het hof het beroep moeten verstaan als een cassatieberoep en de stukken aan de Hoge Raad moeten zenden.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en stelt dat het beroep van verdachte als cassatieberoep moet worden behandeld. Hierdoor wordt verdachte alsnog in de gelegenheid gesteld om middelen van cassatie in te dienen. Er zijn geen andere gronden tot vernietiging aangetroffen.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van artikel 404 Sv Pro in gevallen waarin tegen een vonnis zonder strafoplegging beroep wordt ingesteld en benadrukt het belang van juiste rechtsmiddelen bij overtredingen van gemeentelijke verordeningen.
Uitkomst: Het hof-arrest wordt vernietigd en het beroep van verdachte wordt als cassatieberoep behandeld.