Conclusie
middelhoudt in dat het oordeel van het hof dat niet evident is dat de onder 1 tenlastegelegde handelingen niet als ontuchtig zijn te kwalificeren, getuigt van een te terughoudende marginale toetsing.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een bezwaarschrift tegen de dagvaarding wegens ontuchtige handelingen met een minderjarige. Het hof heeft geoordeeld dat de tenlastegelegde gedragingen in onderling verband en samenhang moeten worden beoordeeld, waarbij ook de seksuele aard van de gedragingen in het licht van de overige feiten en omstandigheden wordt bezien. Het hof verklaarde het bezwaarschrift ten aanzien van het eerste feit ongegrond en stelde het tweede feit buiten vervolging.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof het zuiver juridische verweer, gericht op de vraag of de gedragingen seksueel van aard waren, te marginaal had getoetst. De Hoge Raad overwoog echter dat het hof het juiste toetsingskader heeft gehanteerd, zoals beschreven in eerdere jurisprudentie, en dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk omdat het middel geen gegronde grond voor cassatie bevatte. Hiermee blijft het oordeel van het hof dat de gedragingen als ontuchtig kunnen worden aangemerkt, ongewijzigd. De procedure bevestigt het belang van een zorgvuldige afweging van feiten en omstandigheden bij de kwalificatie van ontuchtige handelingen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het hof heeft het bezwaarschrift tegen vervolging terecht ongegrond verklaard.