Conclusie
middelricht zich tegen de motivering van de bewezenverklaring van feit 2.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van diefstal van elektriciteit ten behoeve van een hennepkwekerij in een schuur te Scherpenzeel. Het hof Arnhem-Leeuwarden had verdachte veroordeeld voor medeplegen van diefstal door het illegaal aftappen van elektriciteit via een gemanipuleerde meter, naast overtredingen van de Opiumwet en de Wet wapens en munitie.
De verdediging voerde in cassatie aan dat de bewijsmiddelen onvoldoende waren om te concluderen dat verdachte daadwerkelijk bemoeienis had gehad met de illegale stroomafname, hoewel hij wel wist van het illegale verbruik. De Hoge Raad oordeelde dat wetenschap van de illegale stroomafname en actieve betrokkenheid bij de hennepkwekerij voldoende zijn om medeplegen van diefstal aan te nemen, ook als verdachte niet zelf de meter heeft gemanipuleerd.
Het bewijs bestond onder meer uit proces-verbalen van de politie, verklaringen van getuigen en medeverdachten, aankoopbonnen van elektriciteitsgoederen in het voertuig van verdachte, en een rapport van Liander N.V. waaruit bleek dat ruim 12.000 kWh illegaal was afgenomen. De Hoge Raad vond de motivering van het hof niet ontoereikend of onbegrijpelijk en verwierp het middel. De veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf bleef daarmee in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor medeplegen diefstal van elektriciteit.