Conclusie
middelhoudt in dat de rechtbank op het klaagschrift heeft beslist zonder overeenkomstig het bepaalde in art. 552a lid 5 Sv de belanghebbende op te roepen voor de behandeling van het klaagschrift in raadkamer.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een klaagschrift tegen het voornemen van de officier van justitie om inbeslaggenomen opslagtanks terug te geven aan een belanghebbende. De rechtbank had het klaagschrift gegrond verklaard en de teruggave gelast zonder de belanghebbende in de gelegenheid te stellen te worden gehoord of zelf een klaagschrift in te dienen.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat het gerecht verplicht is om belanghebbenden te identificeren en te horen voordat op een klaagschrift wordt beslist. In deze zaak is onbegrijpelijk dat de rechtbank de belanghebbende niet als zodanig heeft aangemerkt en niet heeft gehoord, terwijl de officier van justitie voornemens was de opslagtanks aan deze partij terug te geven.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe behandeling van het klaagschrift waarbij de belanghebbende wordt betrokken. Er zijn geen andere gronden gevonden om de uitspraak te vernietigen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug wegens het niet horen van de belanghebbende.