ECLI:NL:PHR:2017:398

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
9 mei 2017
Publicatiedatum
7 juni 2017
Zaaknummer
16/04616
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 94 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens niet horen belanghebbende bij beslag op opslagtanks

De zaak betreft een klaagschrift tegen het voornemen van de officier van justitie om inbeslaggenomen opslagtanks terug te geven aan een belanghebbende. De rechtbank had het klaagschrift gegrond verklaard en de teruggave gelast zonder de belanghebbende in de gelegenheid te stellen te worden gehoord of zelf een klaagschrift in te dienen.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat het gerecht verplicht is om belanghebbenden te identificeren en te horen voordat op een klaagschrift wordt beslist. In deze zaak is onbegrijpelijk dat de rechtbank de belanghebbende niet als zodanig heeft aangemerkt en niet heeft gehoord, terwijl de officier van justitie voornemens was de opslagtanks aan deze partij terug te geven.

De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe behandeling van het klaagschrift waarbij de belanghebbende wordt betrokken. Er zijn geen andere gronden gevonden om de uitspraak te vernietigen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug wegens het niet horen van de belanghebbende.

Conclusie

Nr. 16/04616 B
Zitting: 9 mei 2017
Mr. W.H. Vellinga
Conclusie inzake:
[klager]
Bij beschikking van 11 augustus 2016 heeft de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, het klaagschrift strekkende tot teruggave aan klager van onder klager in beslag genomen goederen, te weten: [A] opslagtanks, gegrond verklaard en de teruggave gelast aan klager van die opslagtanks.
Mr. R.A.E. van Noort, plaatsvervangend officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
Het
middelhoudt in dat de rechtbank op het klaagschrift heeft beslist zonder overeenkomstig het bepaalde in art. 552a lid 5 Sv de belanghebbende op te roepen voor de behandeling van het klaagschrift in raadkamer.
Ter toelichting wordt gesteld dat de onderhavige opslagtanks zijn inbeslaggenomen naar aanleiding van een aangifte door [A] tegen klager van oplichting. Klager zou de directeur van [A] tot afgifte van (onder meer) de twee opslagtanks hebben bewogen door in strijd met de waarheid het te doen voorkomen alsof klager een voorschot aan hem had betaald.
Bij brief van 15 juni 2016 heeft de officier van justitie aan klager laten weten voornemens te zijn de onderhavige opslagtanks terug te geven aan [A] B.V. Daarop heeft klager het onderhavige klaagschrift ingediend. [A] is niet opgeroepen voor de behandeling van dat klaagschrift. [1]
6. In zijn arrest van 8 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC8667 overwoog de Hoge Raad:
“3.4. Het wettelijk systeem brengt mee dat op het gerecht de plicht rust om, alvorens op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv te beslissen, aan de hand van de hem ter beschikking staande gegevens na te gaan of een of meer anderen dan de klager als belanghebbenden moet(en) worden aangemerkt, in welk geval het gerecht niet de teruggave van het in beslag genomen voorwerp aan de beslagene mag gelasten zonder dat die belanghebbende(n) - indien zijn/hun adres(sen) bekend is/zijn - in de gelegenheid is/zijn gesteld om te worden gehoord en om desgewenst zelf een klaagschrift in te dienen. [2]
3.5. In aanmerking genomen dat, naar de Rechtbank heeft vastgesteld, de onderhavige auto ten tijde van de inbeslagneming eigendom was van [B] N.V., is onbegrijpelijk waarom [B] N.V. niet als belanghebbende is aangemerkt en waarom - zo nodig met aanhouding van de behandeling van het door de klaagster ingediende klaagschrift - zij niet in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord en om desgewenst zelf een klaagschrift in te dienen (vgl. HR 15 februari 1994, LJN ZC9634, NJ 1994, 689).”
7. Zoals volgt uit dit arrest kan de officier van justitie, die voornemens is het inbeslaggenomen voorwerp terug te geven aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, opkomen tegen het verzuim die rechthebbende op te roepen voor de behandeling van een klaagschrift als het onderhavige, ook al kan die rechthebbende als belanghebbende zelf in cassatie klagen over het verzuim hem op te roepen. [3]
8. Daarvoor is kennelijk niet vereist dat in cassatie (enigszins) aannemelijk wordt gemaakt dat de belanghebbende ook inderdaad van de mogelijkheid te worden gehoord gebruik wil maken. Dat zou bijvoorbeeld kunnen doordat de officier van justitie een briefje van de belanghebbende overlegt waarin deze naar aanleiding van een vraag van de officier van justitie meedeelt dat hij op het klaagschrift wil worden gehoord. Doordat deze eis niet wordt gesteld, wordt op de koop toegenomen dat de mogelijkheid bestaat dat de beslissing van de rechtbank wordt vernietigd, ook al is niet een rechtens te respecteren belang van de belanghebbende in het geding. Daarom zou ik mij kunnen voorstellen dat die eis voortaan wel geldt.
9. In aanmerking genomen dat de officier van justitie voornemens was de opslagtanks terug te geven aan [A], is onbegrijpelijk waarom de rechtbank [A] niet als belanghebbende heeft aangemerkt en waarom - zo nodig met aanhouding van de behandeling van het door de klager ingediende klaagschrift - zij niet in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord en om desgewenst zelf een klaagschrift in te dienen.
10. Het middel slaagt.
11. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Er is wel een email bericht van 25 augustus 2016 van het OM aan de rechtbank met de vraag of 2ehands RVS is opgeroepen voor de raadkamerbehandeling van 11 augustus 2016. Het dossier bevat geen antwoord daarop.
2.Herhaald in HR 28 september 2010, LJN BL2823, rov. 2.5, HR 12 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7955, rov. 2.3
3.HR 3 december1996, NJ 1997, 387. Ook klager kan klagen over het verzuim een belanghebbende op te roepen, zij het dat die klacht enig rechtens te respecteren belang ontbeert wanneer het klaagschrift ongegrond is verklaard omdat het belang van de strafvordering zich tegen teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen verzet en derhalve niet de teruggave van die voorwerpen is bevolen; vgl. HR 12 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7955.