Conclusie
1.Feiten
2.Procesverloop
primair, de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] te herstellen tegen de voorheen tussen partijen geldende arbeidsvoorwaarden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat tanteLouise daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 50.000,-;
subsidiair, in plaats van herstel van de arbeidsovereenkomst aan [verzoeker] naast uitvoering van de wachtgeldregeling uit de cao VVT, te betalen een billijke vergoeding, ter hoogte van € 100.000,- bruto, dan wel een door het hof in goede justitie te bepalen bedrag;
3.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel 1klaagt [verzoeker] volgens het opschrift dat het hof een onjuiste toepassing heeft gegeven aan het afspiegelingsbeginsel en essentiële stellingen ten onrechte op voorhand als niet relevant heeft weggeschreven. Het onderdeel waaiert uiteen in een vijftal subonderdelen.
onder 1.2dat het voorgaande althans of temeer klemt, omdat vaststaat dat de functies van chef-kok en kok niet uitwisselbaar zijn in de zin van art. 13 van Pro de Ontslagregeling. Juist omdat hetgeen [verzoeker] heeft gesteld erop neerkomt dat hij chef-kok en [betrokkene 3] feitelijk kok en nog slechts administratief chef-kok was, brengt deze door het hof als feit vastgestelde niet-uitwisselbaarheid van de functies van chef-kok en kok volgens [verzoeker] met zich dat het hof
a fortiori[verzoeker] ’ stellingen niet als verder irrelevant mocht kwalificeren, maar die stellingen had moeten betrekken bij de beantwoording van de vraag of zijn functie met die van [betrokkene 3] uitwisselbaar was.
onder 1.5, heeft het hof mede in het licht van de voorgaande subonderdelen niet of onvoldoende gerespondeerd op zijn stelling dat een redelijke grond voor opzegging van de arbeidsovereenkomst ontbreekt, omdat het afspiegelingsbeginsel door tanteLouise onjuist is toegepast en hij bij een juiste toepassing van dit beginsel niet voor ontslag in aanmerking kwam, en op de ter onderbouwing daarvan aangedragen stellingen. Andermaal stelt hij dat zijn betoog onmiskenbaar niet slechts inhoudt wat de feitelijke werkzaamheden waren van [betrokkene 3] en [betrokkene 2] , doch ook dat en waarom de functie van [verzoeker] niet uitwisselbaar was met de functies van deze collegae, zodat het hof een en ander niet op voorhand als verder niet relevant mocht kwalificeren.