ECLI:NL:PHR:2017:501
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering straf wegens twijfel aan betrouwbaarheid getuigenverklaring bij doodslag en lijkverbergen
Het gerechtshof Den Haag heeft verdachte veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf voor doodslag en het verbergen van een lijk met het oogmerk het feit en de doodsoorzaak te verhullen. Daarnaast werd terbeschikkingstelling met verpleging opgelegd en een schadevergoedingsmaatregel aan de benadeelde partij toegewezen.
De verdediging stelde in hoger beroep dat de verklaringen van een belangrijke getuige onbetrouwbaar waren, onder meer vanwege tegenstrijdigheden en belangenverstrengeling. Het hof heeft deze betwisting van de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen echter gemotiveerd verworpen, mede gelet op het ontbreken van aanwijzingen voor bewuste beïnvloeding en het ontbreken van motief voor de getuige om onwaarheid te spreken.
De Hoge Raad concludeert dat het hof terecht de verklaringen als betrouwbaar heeft beoordeeld en het verweer heeft verworpen. Wel is de redelijke termijn in cassatie overschreden, waardoor de straf verminderd dient te worden. Overige gronden voor vernietiging zijn niet aangetroffen. De conclusie strekt tot gedeeltelijke vermindering van de straf en verwerping van het beroep voor het overige.
Uitkomst: Strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn, overige klachten verworpen.