Conclusie
second opinionnegatief adviseren en niet reageren op de een week eerder gedateerde opdrachtbevestiging van de correspondent die bevestigde dat [eiser] “zich bereid heeft verklaard het cassatiemiddel tegen [de uitspraak a quo in die zaak] (...) namens [verweerder] in te stellen.” Onderdeel 1 is tegen dit oordeel gericht, onderdeel 2 tegen de verwijzing naar de schadestaatprocedure.
1.Feitenen procesverloop
second opinionen hij bestrijdt ook dat sprake is van (de mogelijkheid van) schade.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
achteraf(nadat hij zijn negatieve cassatieadvies had gegeven) heeft begrepen dat [verweerder] dat per se wilde. De interpretatie van het hof is onbegrijpelijk, omdat [eiser] expliciet heeft bestreden dat hij bij aanvaarding van de opdracht of zelfs bij het geven van zijn advies wist dat [verweerder] hoe dan ook in cassatie wilde gaan (mvg 63 slot) en niet voorstelbaar is dat [eiser] eerst jarenlang in twee tuchtprocedures en in deze civiele procedure in twee instanties consequent een ander standpunt inneemt (cva 14, 15, 18, 38-42, cvd 5-8, 12, 19, mvg 5, 6, 10, 23, 28-32, 34, 35, 44, 51, 55, 57-59, 61, 63, 64, 67, 71, plta h.b. p. 2 3e, 4e, 8e en laatste alinea) te weten: de opdracht was alleen een
second opinionte geven, om daar op het laatste moment bij pleidooi in appel op terug te komen.
subonderdeel 1.2is dit althans onjuist, omdat het hof niet had mogen komen tot de gewraakte interpretatie van de woorden van [eiser] ter pleitzitting en daaraan niet de gevolgtrekking had mogen verbinden zoals het heeft gedaan zonder zich te overtuigen van de juistheid hiervan. Hierbij betrekt [eiser] de door art. 6 EVRM Pro vereiste zorgvuldige behandeling van de zaak en beoordeling van de door partijen aangevoerde argumenten. Althans is dat zo in deze zaak vanwege de volgende omstandigheden: a) de onwaarschijnlijkheid van de bedoeling van [eiser] , b) de doorslaggevende betekenis die het hof aan die interpretatie heeft gegeven voor de kern van zijn belangrijkste beslissing, c) dat de gewraakte interpretatie neerkomt op het bij pleidooi in appel prijsgeven van een jarenlang consequent gevoerd verweer (wat slechts ondubbelzinnig kan plaatsvinden) en d) dat het vastleggen van een (verkeerde) interpretatie in een arrest van hetgeen ter zitting zou zijn gezegd nauwelijks in cassatie kan worden aangevochten en van het hof daarom extra zorgvuldigheid mocht worden verwacht.
Op vragen van het hof reageren partijen als volgt:
coûte que coûtecassatie ingesteld moest worden. Dat kwam pas toen [verweerder] het negatieve advies (telefonisch) vernam.”
second opinionheeft aanvaard. Op zich hoeft het op de hoogte zijn van de wens van [verweerder] dat hij hoe dan ook in cassatie wilde gaan nog niet te betekenen dat [eisers] positie was dat hij ook de cassatieadvocaat zou zijn die dat dan hoe dan ook zou verzorgen. Anders gezegd: dat [eiser] ter zitting in appel heeft gezegd dat hij op de hoogte was van het feit dat [verweerder] sowieso cassatieberoep wilde instellen, is op zich niet in strijd met zijn in de procedure betrokken positie dat hij slechts als opdracht heeft aanvaard een
second opinionte geven en niet om sowieso cassatieberoep in te stellen. Dat laatste kan ook een ander doen.
Broers Van Geleuken [9] . Dat het hof vervolgens de uit [eisers] verklaring afgeleide wetenschap over [verweerder] ’s wens om hoe dan ook in cassatie te willen in zijn oordeel heeft betrokken, ondanks zijn positie eerder in de procedure, is ook al eerder als mogelijkheid gefiatteerd door Uw Raad in
Kolk/Van Gils [10] .Hierop lopen de klachten van onderdelen 1.1 en 1.2 naar ik meen stuk.
Vie d’Or [12] kan de civiele rechter betekenis toekennen aan het oordeel van de tuchtrechter, maar daarbij moet in aanmerking worden genomen dat (i) het tuchtrecht in de eerste plaats tot doel heeft in het algemeen belang een goede wijze van beroepsuitoefening te bevorderen, en (ii) in een tuchtprocedure, aan de hand van andere maatstaven dan die worden gehanteerd bij de beoordeling van de civiele aansprakelijkheid en zonder de in een civiele procedure geldende bewijsregels, ter beoordeling staat of een beroepsbeoefenaar in overeenstemming heeft gehandeld met de voor de desbetreffende beroepsgroep geldende normen en gedragsregels. Deze kenmerken brengen mee dat aan het oordeel van de tuchtrechter dat in strijd is gehandeld met de voor het desbetreffende beroep geldende normen en regels niet zonder meer de gevolgtrekking kan worden verbonden dat betrokkene civielrechtelijk aansprakelijk is wegens schending van een zorgvuldigheidsnorm [13] . Bij zijn oordeel of sprake is van een beroepsfout die tot aansprakelijkheid leidt kan de civiele rechter tot een ander oordeel komen dan de tuchtrechter, maar dan moet de reden voor die afwijking inzichtelijk zijn gemaakt [14] . Het moet gaan om een zodanige motivering dat een oordeel ook in het licht van de beoordeling door de tuchtrechter voldoende begrijpelijk is. Daarbij valt in het bijzonder te denken aan een motivering met behulp van verklaringen van een of meer, zo nodig door de rechter te benoemen, deskundigen, aldus het arrest uit 2002 (rov. 3.6.3).
ubonderdeel 2.2ten onrechte aangenomen dat de mogelijkheid van schade aannemelijk is. Als het hof wel van een juiste rechtsopvatting is uitgegaan, is dat oordeel volgens subonderdeel 2.2 zonder nadere motivering onbegrijpelijk. De verder niet toegespitste verwijzing naar “de stellingen van [verweerder] ” is ontoereikend, omdat uit die stellingen volgt dat (i) [verweerder] van de Hoge Raad een ander oordeel over Algerijns recht wenste dan de rechtbank had gegeven, terwijl de Hoge Raad een dergelijk ander oordeel gelet op art. 99 lid 1 sub Pro 2 (oud) RO niet kan geven en (ii) [verweerder] de inhoudelijke juistheid van het negatieve cassatieadvies van [eiser] niet bestreed. Niet is gesteld of in te zien dat [verweerder] bij het instellen van een kansloos cassatieberoep enig belang had, zoals tijd rekken; hij wilde een ander inhoudelijk oordeel, geen uitstel, zo besluit dit subonderdeel.
subonderdeel 2.3sprake van een motiveringsgebrek. Deze klacht komt neer op een causaliteitsverweer: zelfs als [eiser] wel meteen gereageerd zou hebben op de opdrachtbevestiging van zijn correspondent en besloten zou zijn door [verweerder] niet [eisers] advies af te wachten, dan was er nog maar een week tijd om een andere cassatieadvocaat te zoeken die op voorhand zou willen toezeggen beroep in te zullen stellen en daar dan anders dan de cassatieadvocaten Van Staden ten Brink en [eiser] wel een voldoende grondslag voor zou zien. Daarover is niets vastgesteld door het hof en ook niets aangevoerd door [verweerder] .
steengaassteller) het oordeel van het hof evenmin begrijpelijk maakt, nu zonder (ontbrekende) motivering niet valt in te zien waarom dit arrest bij kan dragen aan het oordeel van het hof dat de mogelijkheid van schade in dit geval aannemelijk is.
subonderdeel 2.5kan, omdat na cassatie en verwijzing geen andere conclusie mogelijk is dan dat de mogelijkheid van schade niet aannemelijk is gemaakt, Uw Raad de zaak bij gegrondbevinding van onderdeel 2 zelf kan afdoen door afwijzing van [verweerders] vordering.
datde eisende partij schade heeft geleden [18] .
mogelijkheidvan (enige) schade voor [verweerder] als gevolg van het niet instellen van cassatieberoep door [eiser] aannemelijk acht, aangezien dit in de stellingen van [verweerder] besloten ligt, onder verwijzing naar het arrest
Steengaassteller [19] . Voldoende voor verwijzing naar de schadestaatprocedure is de aannemelijkheid van de mogelijkheid van schade – niet vereist is dat daadwerkelijk schade is geleden, zo volgt uit dit arrest (vgl. annotatie Brunner onder 3, vaste rechtspraak). Het hof past hier zodoende het juiste criterium toe. Volgens mij is met de verwijzing door het hof naar genoemd arrest niets meer bedoeld en waarom dat onbegrijpelijk zou zijn vermag ik niet in te zien. Daar ketst subonderdeel 2.4 op af. Volgens onderdeel 2 is zelfs die minieme schadestaatdrempel hier evenwel niet gehaald – heel kort gezegd – omdat [verweerder] in cassatie wilde klagen over de in zijn ogen foute toepassing van buitenlands recht, maar dat heeft geen enkele kans, zoals door twee cassatieadvocaten aan hem geadviseerd, welk advies hij inhoudelijk niet steekhoudend heeft bestreden volgens [eiser] .