ECLI:NL:HR:2006:AW2080
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid accountants en toezichthouders wegens onzorgvuldig handelen bij levensverzekeringsmaatschappij Vie d'Or
Deze zaak betreft een geschil tussen de Stichting Vie d'Or, die de belangen behartigt van voormalige polishouders van de failliete levensverzekeringsmaatschappij Vie d'Or, en de toenmalige accountants, de Verzekeringskamer en de actuaris. De Stichting vordert onder meer een verklaring voor recht dat deze partijen onrechtmatig hebben gehandeld door het verstrekken van goedkeurende verklaringen over de jaarrekeningen van Vie d'Or en het nalaten van adequate informatieverstrekking over de financiële positie van Vie d'Or.
De rechtbank verklaarde de Stichting en curatoren deels niet-ontvankelijk, maar oordeelde dat de accountants onrechtmatig hadden gehandeld jegens polishouders die hun rechten hadden overgedragen aan Twenteleven. Het hof bevestigde dit oordeel grotendeels, maar stelde ook dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de accountants onrechtmatig hadden gehandeld jegens alle betrokkenen en over het causaal verband.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onvoldoende motivering over de zorgvuldigheidsnormen en het causaal verband tussen het handelen van de accountants en de schade. Tevens wijst de Hoge Raad op de beperkingen van de omkeringsregel in dit geval en benadrukt dat het oordeel van de tuchtrechter niet zonder meer leidt tot civielrechtelijke aansprakelijkheid. De zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof Den Haag en verwijst zaak terug voor verdere behandeling en beslissing.