Conclusie
middelbevat een klacht over de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn hoger beroep en is met name gericht tegen het oordeel van het hof dat de verdachte gelet op de inhoud van de stukken in het dossier moet worden geacht op de hoogte te zijn geweest van de datum van de terechtzitting in eerste aanleg en dat de verdachte derhalve ingevolge het bepaalde in art. 408, eerste lid en onder c, Sv binnen veertien dagen na de einduitspraak van de rechtbank van 27 oktober 2010 hoger beroep had moeten instellen.
De vordering van de advocaat-generaal
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
BESLISSING
Maandag 16 augustus 2010, te
19.3uur te (plaatsnaam en adres)
Den Haag Jan Hendrikstraat 85uitgereikt aan de geadresseerde in persoon.
[verbalisant]
rechercheur B
bureau Jan Hendrikstraat
[handtekening]