Uitspraak
1.Geding in cassatie
2 Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
15 december 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd bij verstek veroordeeld door de kantonrechter wegens verkeersovertredingen en stelde hoger beroep in, maar het hof verklaarde hem niet-ontvankelijk omdat het beroep niet binnen de wettelijke termijn was ingesteld. Dit was gebaseerd op een akte van uitreiking waarin stond dat verdachte de mededeling van de uitspraak had geweigerd op een adres waar hij volgens de GBA niet woonde.
De verdediging betwistte dat verdachte de brief had geweigerd en verzocht het hof de postbode als getuige te horen. Het hof wees dit verzoek af vanwege het tijdsverloop en het ontbreken van bewijs dat niet verdachte de brief had geweigerd. De Hoge Raad oordeelde dat deze afwijzing niet zonder meer begrijpelijk was gezien de omstandigheden.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling, waarbij de ontvankelijkheid van het hoger beroep opnieuw moet worden onderzocht, mede rekening houdend met de vraag of de mededeling van de uitspraak aan verdachte bekend kan worden geacht zoals bedoeld in art. 408 lid 2 Sv Pro.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug voor hernieuwde behandeling van ontvankelijkheid hoger beroep.