Conclusie
Nadere bewijsoverweging
eerste middelklaagt dat het hof ongemotiveerd is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging dat het vierde en vijfde verhoor van verdachte van het bewijs moeten worden uitgesloten.
10.Het eerste middel faalt.
tweede middelklaagt dat het hof ongemotiveerd is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging dat de verklaringen van de medeverdachte [medeverdachte] van het bewijs moeten worden uitgesloten.
13.Het tweede middel faalt.
derde middelklaagt dat het oordeel van het hof dat sprake is van causaal verband tussen de gedragingen van verdachte en zijn medeverdachte en de dood van het slachtoffer onjuist is, althans onbegrijpelijk en/of ontoereikend is gemotiveerd.
25.Het vierde middelomvat drie deelklachten, te weten:i) het bewezenverklaarde opzet op de dood, althans het bewezenverklaarde verband tussen dit opzet en de dood, is niet naar de eis der wet met redenen omkleed;ii) het verweer, strekkende tot vrijspraak wegens het ontbreken van het onder 1 primair tenlastegelegde vereiste opzet, is ten onrechte, althans op onjuiste, onbegrijpelijke en/of ontoereikende gronden verworpen;iii) het bewezenverklaarde is ten onrechte, althans op onjuiste, onbegrijpelijke en/of ontoereikende gronden gekwalificeerd als “medeplegen van doodslag”.
35.Het vierde middel faalt in alle onderdelen.
vijfde middelklaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro in de cassatiefase is overschreden.