ECLI:NL:HR:2005:AT5772
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis wegens ontbreken causaal verband tussen vrijheidsberoving en dood slachtoffer
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van opzettelijke vrijheidsberoving met de dood tot gevolg van het slachtoffer.
Het hof had geoordeeld dat het voor verdachte voorzienbaar was dat de vrijheidsberoving zou eindigen met de dood van het slachtoffer en verklaarde het feit daarom bewezen met de dood tot gevolg. De Hoge Raad stelt echter dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat er een zodanig causaal verband bestond tussen de vrijheidsberoving en de dood dat deze aan verdachte kan worden toegerekend.
De voorzienbaarheid van de dood is volgens de Hoge Raad niet beslissend zonder duidelijk bewijs dat de vrijheidsberoving daadwerkelijk heeft bijgedragen aan de dood. Daarom wordt het vonnis vernietigd en wordt de zaak terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing.
De Hoge Raad benadrukt dat de feiten waarop het hof zijn oordeel baseerde omtrent voorzienbaarheid geen uitsluitsel geven over de bijdrage van de vrijheidsberoving aan de dood van het slachtoffer. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren en uitgesproken op 11 oktober 2005.
Uitkomst: Het vonnis wordt vernietigd wegens ontbreken van causaal verband tussen vrijheidsberoving en dood en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.