Conclusie
tweede middel, dat klaagt over de strafoplegging geen bespreking.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam in een economische strafzaak. De verdachte was veroordeeld voor meerdere overtredingen van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, waarbij het hof onder meer een geldboete en een voorwaardelijke stillegging van de onderneming oplegde.
Het cassatieberoep richt zich op de schending van het beginsel van openbaarheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep. De Hoge Raad herhaalt het vaste rechtspraak dat het onderzoek in beginsel openbaar moet zijn, zoals neergelegd in art. 6 EVRM Pro, art. 121 GW Pro, art. 4 RO Pro en art. 269 Sv Pro. Uitzonderingen zijn slechts mogelijk bij wettelijke grondslag en met vermelding in het proces-verbaal.
In deze zaak blijkt uit het proces-verbaal dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep niet openbaar is geschied, hetgeen een ernstig verzuim vormt dat leidt tot nietigheid van het onderzoek en het arrest. De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, economische kamer, voor een nieuw onderzoek en beslissing.
De Hoge Raad acht verdere bespreking van de strafoplegging niet nodig en constateert dat er geen ambtshalve gronden zijn voor vernietiging. De uitspraak bevestigt het belang van het openbaarheidbeginsel en de strikte naleving daarvan in het strafproces.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens niet-openbaar onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.