ECLI:NL:HR:2002:AE1332
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid van gedeeltelijk besloten zitting in strafzaak ontucht
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte is veroordeeld voor ontucht met zijn minderjarige kind. Het hof legde twaalf maanden gevangenisstraf op, waarvan zes voorwaardelijk.
Tijdens het hoger beroep zijn delen van de terechtzitting achter gesloten deuren gehouden vanwege het psychiatrisch verleden van een getuige en het belang van waarheidsvinding. De verdediging stelde dat dit in strijd was met het recht op een openbare terechtzitting zoals vastgelegd in art. 6 EVRM Pro en nationale wetgeving.
De Hoge Raad overweegt dat het beginsel van openbaarheid van de terechtzitting fundamenteel is, maar dat uitzonderingen mogelijk zijn bij gewichtige redenen die in het proces-verbaal moeten worden vermeld. Het hof heeft bij de eerste sluiting van de deuren voldoende gewichtige redenen gegeven en deze redengeving geldt ook voor de daaropvolgende sluitingen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en dat het belang van een goede rechtspleging en waarheidsvinding zwaarder woog dan de openbaarheid. Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem bevestigd met een straf van twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk.