Conclusie
2.Het procesverloop
3.De bespreking van het cassatiemiddel
eerste onderdeelvan het cassatiemiddel (sub a) heeft het hof miskend dat bij de faillissementsaanvraag beoordeeld moest worden of summierlijk aannemelijk was dat [verweerster] inningsbevoegd pandhouder was, althans dat het hof (sub b), voor zover het dit niet heeft miskend, zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd, gelet op het door [verzoekster] gevoerde verweer, waarbij [verzoekster] heeft gewezen op het arrest van hof Amsterdam van 4 oktober 2016, op het feit dat de curator van NuAdvies de vordering van [verweerster] heeft betwist en dat [betrokkene 1] mogelijk valsheid in geschrifte heeft gepleegd. In het
tweede onderdeelwordt aangevoerd dat het hof ten onrechte heeft nagelaten om de vraag of [verweerster] inningsbevoegde pandhouder was ex nunc, dat wil zeggen op het moment van de beoordeling in hoger beroep, te toetsen.