Uitspraak
gevestigd te Hoogeveen,
gevestigd te Smilde,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
In artikel 3:246 lid 1 en Pro 2 BW wordt bepaald welke (schuldeisers)bevoegdheden aan de pandhouder toekomen. De bevoegdheid tot het aanvragen van het faillissement van de schuldenaar van de verpande vordering behoort niet tot die bevoegdheden. Deze bevoegdheid blijft bij pandgever/schuldeiser.
4.Beslissing
9 december 2016.