ECLI:NL:PHR:2017:833

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 juni 2017
Publicatiedatum
31 augustus 2017
Zaaknummer
15/01393
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 lid 1 SvArt. 437 lid 2 SvArt. 511h Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring betrokkene in cassatieberoep tot profijtontneming

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft betrokkene bij uitspraak van 12 maart 2015 verplicht tot betaling van € 323.699,92 aan de Staat als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Betrokkene heeft op 17 maart 2015 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep is op 10 mei 2016 persoonlijk betekend. Echter heeft betrokkene geen middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijke termijn.

Daarmee is niet voldaan aan het voorschrift van artikel 437 lid 2 Sv Pro in verbinding met artikel 511h Sv. Hierdoor moet betrokkene niet-ontvankelijk worden verklaard in het cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot deze niet-ontvankelijkverklaring.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 15/01393 P
Zitting: 20 juni 2017
Mr. A.E. Harteveld
Conclusie inzake:
[betrokkene]
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij uitspraak van 12 maart 2015 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van een bedrag van € 323.699,92 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Er bestaat samenhang met de zaak 15/01395. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Namens de betrokkene is op 17 maart 2015 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv Pro is op 10 mei 2016 aan de betrokkene in persoon betekend. Namens hem zijn echter geen middelen van cassatie voorgesteld.
Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437 lid 2 Sv Pro in verbinding met art. 511h Sv, zodat de betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG