Conclusie
Gevoerd verweer
zelfis, [2] maar slechts dat (de aanleiding tot) die belediging
een situatie betreft waarinde ambtenaar zijn bediening rechtmatig uitoefent. Als de wetgever wel een verdergaand verband tussen de aanleiding van de belediging en de (rechtmatige) uitoefening van de bediening van de ambtenaar zou eisen, zou i) dit tenlastegelegde bestanddeel zelden bewezen kunnen worden en ii) het verschil in betekenis tussen de beide in art. 267 sub Pro 2 Sr neergelegde omstandigheden “gedurende” respectievelijk “ter zake van” wel erg groot zijn, nu het woord “gedurende” immers slechts op een temporeel aspect wijst. [3] De belediging “ter zake van” moet kortom zien op de uitoefening van de functie van ambtenaar. [4] Het is dus ook, anders dan de politierechter in de onderhavige zaak meende, bij het bestanddeel “ter zake van (etc.)” niet van belang of de ambtenaar op het moment van belediging wettelijke taken uitvoerde. [5]