Conclusie
middel
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch de verdachte veroordeeld voor meerdere diefstallen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Tijdens het hoger beroep verscheen de verdachte niet op de zitting, waarop zijn raadsman een verzoek tot aanhouding van de behandeling indiende vanwege het overlijden van een goede vriend van de verdachte bij een auto-ongeluk.
Het hof wees dit verzoek af met het oordeel dat het onvoldoende was onderbouwd en dat het hof zich onvoldoende geïnformeerd achtte over de precieze omstandigheden en de reden van afwezigheid. De raadsman had echter toegelicht dat de verdachte in een zware periode verkeerde en foto’s van het ongeval overgelegd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft waarom het verzoek werd afgewezen en dat het hof niet heeft afgewogen tussen het belang van de verdachte bij aanwezigheid en het belang van een spoedige berechting. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling. De Hoge Raad bevestigt hiermee het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij aanhoudingsverzoeken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onvoldoende motivering van de afwijzing van het aanhoudingsverzoek en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.