Conclusie
middelbehelst de klacht dat het bewijs onvoldoende redengevend is voor de bewezenverklaring van de onder 4 tenlastegelegde diefstal met inklimming, aangezien de tot het bewijs gebezigde verklaringen van de verdachte slechts inhouden dat hij de stroomkabel langs de weg heeft gevonden. Verder klaagt het middel dat het arrest onbegrijpelijk is, omdat onvoldoende vast staat of de stroomkabel nog aan iemand toebehoorde op het moment dat de verdachte deze langs de weg vond.