ECLI:NL:PHR:2017:922

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juli 2017
Publicatiedatum
19 september 2017
Zaaknummer
15/04926
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 lid 5 OpiumwetArt. 3a OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt deel van arrest over medeplegen uitvoer cocaïne naar België wegens onvoldoende bewijs opzet

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk buiten Nederland brengen van cocaïne naar België. De bewezenverklaringen stelden dat verdachte en zijn mededaders cocaïne in een auto met bestemming België vervoerden.

De Hoge Raad onderzoekt of uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte het voorwaardelijk opzet had gericht op het vervoeren van de cocaïne naar het buitenland. Uit gesprekken en tapgesprekken blijkt niet ondubbelzinnig dat verdachte zich bewust was van het buitenlandse karakter van het vervoer, noch dat hij opzet had op uitvoer naar België.

De Hoge Raad concludeert dat de bewezenverklaring voor zover deze opzet vereist niet voldoet aan de eis der wet en met redenen omkleed is. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest gedeeltelijk en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Er is geen aanleiding voor ambtshalve vernietiging van andere onderdelen van het arrest.

De zaak toont het belang van een nauwkeurige bewijsvoering omtrent het opzet op het buitenlandse karakter van het vervoeren van verdovende middelen in strafzaken over uitvoer van drugs.

Uitkomst: Het arrest wordt gedeeltelijk vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het opzet op uitvoer van cocaïne naar België.

Conclusie

Nr. 15/04926
Zitting: 11 juli 2017 (bij vervroeging)
Mr. W.H. Vellinga
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 7 oktober 2015 door het Gerechtshof Den Haag wegens 1 subsidiair “Medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen door voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd”, 2 en 4 “Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd”, 3 “Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod”, en 5 “Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid van de Opiumwet” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro. Voorts heeft het hof een geldtelmachine verbeurd verklaard.
Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 15/04926, 15/05109 en 16/00365. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
Namens de verdachte heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, twee middelen van cassatie voorgesteld.
Het
eerste middelklaagt dat het onder 2 bewezenverklaarde opzet niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid en wel in het bijzonder niet dat verdachtes opzet was gericht op het vervoeren van de onderhavige verdovende middelen naar het buitenland, te weten België.
Onder 2 (de zaak Zonzeel) is ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:
“hij op 23 februari 2008 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in art. 1 lid 5 van Pro de Opiumwet, ongeveer 3,2 kilogram, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, immers hebben verdachte en zijn mededaders opzettelijk voornoemd middel in een auto vervoerd met bestemming het buitenland, te weten België;”
6. In de toelichting op het middel wordt gesteld dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet, althans niet zonder meer, kan volgen dat verdachte het voorwaardelijk opzet heeft gehad op het buiten het grondgebied van Nederland doen brengen/vervoeren van de verdovende middelen, omdat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet, althans niet zonder meer, kan volgen of verdachte zich bewust is geweest van de omstandigheid dat de auto waarin de verdovende middelen vanuit verdachtes auto werden overgebracht van een Belgisch kenteken voorzien is geweest.
7. De bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde berust onder meer op de volgende bewijsmiddelen:
“18. Een voor kopie conform gewaarmerkt proces-verbaal van relaas van de politie Rotterdam-Rijnmond d.d. 25 februari 2008, met nummer 2008004834-1 (zaaksdossier Zonzeel), opgemaakt en ondertekend door een tweetal daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -:
Als relaas van die opsporingsambtenaren (p. 63 ev):
"Uit onderzoek is gebleken dat op 23 februari 2008 de bestuurder van een personenauto voorzien van het kenteken [AA-00-BB] in het bezit is van een handelshoeveelheid verdovende middelen".
Op 23 februari 2008 omstreeks 13:40 uur zagen twee surveillanten van de Dienst Verkeerspolitie van het KLPD de rode personenauto Peugeot 405 met het kenteken [AA-00-BB] rijden op de rijksweg A16 ter plaatse gelegen buiten de bebouwde kom- in de gemeente Breda. De auto reed over de rijksweg A16 richting van de grensovergang Hazeldonk/Antwerpen.
Zij gaven de bestuurder van de personenauto een stopteken en de auto werd op de rijksweg A58 tot stilstand gebracht. De bestuurder werd aangehouden en gaf op te zijn genaamd [betrokkene 3] .
Op het bureau van het Korps Landelijke Politiediensten te Breda werd genoemd voertuig onderzocht op de aanwezigheid van verdovende middelen.
In een speciaal geprepareerde geheime ruimte in de middenconsole werden 3 pakketten naar wat later bleek cocaïne - 3213 gram - aangetroffen.
De 3 pakketjes werden in beslag genomen.
Van deze inbeslagname is proces-verbaal onder nummer 2008004824-7 opgemaakt.
(…)
21. Een voor kopie conform gewaarmerkt proces-verbaal van verhoor van de politie Rotterdam-Rijnmond d.d. 24 februari 2008, met nummer PL2600/08-052952 (zaaksdossier Zonzeel), opgemaakt en ondertekend door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -:Als verklaring van de verdachte [betrokkene 4] afgelegd tegenover die opsporingsambtenaar (p. 91 ev):
Ik ben op 23 februari 2008 in de morgen naar Rotterdam gegaan om verdovende middelen te halen. Het waren 3 pakketten met cocaïne, die ik zelf in de auto verstopt heb. De inhoud is cocaïne en ik wilde de cocaïne in Brussel verkopen.
(…)
31. Een geschrift, zijnde een verslag van een tapgesprek d.d. 13 februari 2008 om 13:29:02 (Zaaksdossier Rotterdam-West), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - (p. 56):
Gespreksgegevens:
13-02-08 13:29:02
[...]
Beller : NNman
Gebelde: [verdachte]
zegt dat NN de kranten in het huis bij [B] moet gaan maken.
NN zegt dat hij dat gebrokene heeft ingepakt en gaat het aan [D] geven.
Oke zegt [verdachte] .
32. Een geschrift, zijnde een verslag van een tapgesprek d.d. 20 februari 2008 om 14:12:09 (Zaaksdossier Rotterdam-West), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - (p. 58):
Gespreksgegevens:
20-02-08 14:12:09
[...]
Beller: [verdachte]
Gebelde: [medeverdachte 1]
[verdachte] zegt dat hij de sleutels van [B] fon.) nodig heeft.
Wanneer vraagt [medeverdachte 1] .
Ik wacht op je zegt [verdachte] .
Hoelang vraagt [medeverdachte 1] .
[verdachte] zegt een half uurtje.
33. Een geschrift, zijnde een verslag van een tapgesprek d.d. 20 februari 2008 om 22:01:26 (Zaaksdossier Zonzeel), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - (p. 1 ev):
Gespreksgegevens:
20-02-08 22:01:26
Beller: NNman
Gebelde: [verdachte]
Ze noemen elkaar ''zoon van mijn oom"
NN: Ik ben vlakbij je. Ik zit daar, waar je vriend van de papieren zit.
[verdachte] : Ja.
NN: Kunnen we elkaar morgen zien. Gaat het nu prima met je?
[verdachte] : Bel me morgen maar op.
NN: Dat meen je niet?
[verdachte] : Echt waar. Maar het komt wel goed morgen, het komt wel goed.
NN: Jeejtje, we willen niet hier blijven. Heeft de andere zoon van mijn oom je gebeld2
[verdachte] : Ja we hadden een afspraak voor 100 procent maar het is niet doorgegaan.
NN: Hoe laat kan ik je morgen bellen?
[verdachte] : Bel me rond 1 uur zo.
NN: Wil je aub met die vriend van je kijken voor die bakstenen, voor de bouw van het huis.
Datgeen wat je hem die dag vroeg te kopen.
[verdachte] : (stil)
NN: Die neger, die vriend van je?
[verdachte] : Ja.
NN: Datgeen wat hij voor me zou kopen.
[verdachte] : ja
NN: je vriend, je vriend. Die vriend van je, die je van vroeger kent.
[verdachte] : Ja
NN: In verband met die bakstenen die je hem vroeg te (in)kopen.
[verdachte] : Ik ga hem morgenochtend bellen
NN: aub. Je kan het ook aan ..ntv hem zeggen. Ze kent hem.
[verdachte] : Oke.
[verdachte] zegt dat NN hem morgen rond 1 uur moet bellen.
34. Een geschrift, zijnde een verslag van een tapgesprek d.d. 21 februari 2008 om 14:05:46 (Zaaksdossier Zonzeel), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - (p. 6):
Gespreksgegevens:
21-02-08 14:05:46
[...]
Beller: NNman
Gebelde: [verdachte]
Ze noemen elkaar "zoon van mijn oom"
NN: Is er wat of is het nog steeds ...?
[verdachte] : Met Gods wil, zal er vanavond wat zijn.
NN: He?
[verdachte] : Met Gods wil zal er vanavond wat zijn.
NN: Dan bel ik je morgen terug.
[verdachte] : Als God het wil
NN: Want ik ben vandaag ziek.
[verdachte] : Dan gaan we morgen de klus afhandelen
35. Een geschrift, zijnde een verslag van een tapgesprek d.d. 22 februari 2008 om 14:58:18 (Zaaksdossier Rotterdam-West), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - (p. 60):
22-02-08 14:58:18
[...]
Beller: [medeverdachte 1]
Gebelde: [verdachte]
[medeverdachte 1] : De andere heeft me gebeld. [A] .
[verdachte] : Ja.
[medeverdachte 1] : Hij wil zal ik naar [B] gaan of niet.
[verdachte] : Wat wil hij?
[medeverdachte 1] : Heb je wel de andere gebeld, de ..ntv?
[verdachte] : Hij heeft m gebeld. Ik begreep niet wat hij zei, hij zei MR ..ntv
[medeverdachte 1] : Hij wil.
[verdachte] : He?
[medeverdachte 1] : Hij wil twee van diezelfde die naar het buitenland gaan.
[verdachte] : Ga dan die voor hem maken.
[medeverdachte 1] : Dan ga ik nu erheen.
[verdachte] : Weet je wat je erin moet doen?
[medeverdachte 1] : Ja.
[verdachte] : He?
[medeverdachte 1] : Hetzelfde als die anderen.
[verdachte] : Ja maar nee, hij doet 250 en vult het aan
[medeverdachte 1] : Jawel.
[verdachte] : Tot 1
[medeverdachte 1] : 1 bij 1?
[verdachte] : Ja.
[medeverdachte 1] : Dat weet ik wel.
[verdachte] : Zeg hem dat hij je 1000 moet geven. (lacht)
36. Een geschrift, zijnde een verslag van een tapgesprek d.d. 22 februari 2008 om 17:01:00 (Zaaksdossier Zonzeel), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - (p.10):
Gespreksgegevens:
22-02-08 17:01:00
[...]
Beller: NNman
Gebelde: [verdachte]
Ze noemen elkaar "zoon van mijn oom"
NN vraagt of er wat te feesten valt of niet.
[verdachte] zegt, morgen als God het wil.
NN vraagt of het zeker is.
[verdachte] zegt, ja zeker.
NN vraagt of hij morgen bij [verdachte] kan komen.
[verdachte] vraagt of NN hem straks wil bellen.
NN zegt, heb je, je vriend gezien voor het huis.
[verdachte] zegt, ik heb hem echt niet gezien.
[verdachte] zegt, ik ga hem straks bellen en ik ga kijken wat hij heeft gedaan.
37. Een geschrift, zijnde een verslag van een tapgesprek d.d. 22 februari 2008 om 20:21:23 (Zaaksdossier Zonzeel), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - (p. 12):
Gespreksgegevens:
22-02-08 20:21:23
[...]
Beller: NNMan
Gebelde: [verdachte]
Ze noemen elkaar "zoon van mijn oom"
NN: Heb je aan die gozer gevraagd hij die dingen heeft gekocht?
[verdachte] : Hij heeft ze wel gekocht.
[medeverdachte 1] : Oke dan. Tot morgen dan als God het wil.
[verdachte] : Morgenvroeg dan he.
NN: Ja zeker, zeker.
38. Een geschrift, zijnde een verslag van een tapgesprek d.d. 23 februari 2008 om 10:21:42 (Zaaksdossier Zonzeel), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - (p. 14):
Gespreksgegevens:
23-02-08 10:21:42
[...]
Beller: NNman
Gebelde: [verdachte]
Ze noemen elkaar "zoon van mijn oom".
NN zegt dat hij vertrokken is en dat hij er aan komt.
[verdachte] vraagt, 2 uurtjes zo.
NN zegt, niet eens. Een uur of anderhalf uur.
[verdachte] zegt dat hij dan het meisje gaat bellen dan kan hij er langs gaan.
39. Een geschrift, zijnde een verslag van een tapgesprek d.d. 23 februari 2008 om 10:33:12 (Zaaksdossier Zonzeel), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - (p. 16):
Gespreksgegevens:
23-02-08 10:33:12
[...]
Beller: [verdachte]
Gebelde: NNvrouw
[verdachte] : sta aub op dan handelen we het met die mensen af
NN: Oke is goed.
[verdachte] : Hij zei dat ze over anderhalf uur bij je zullen zijn.
NN: Oke dan sta ik klaar.
[verdachte] : Reken maar over 2 uurtjes. Je weet het wel, ze gaan nog langs de zoon van mijn tante daar.
40. Een geschrift, zijnde een verslag van een tapgesprek d.d. 23 februari 2008 om 10:51:25 (Zaaksdossier Zonzeel), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - (p. 18 ev):
Gespreksgegevens:
23-02-08 10:51:25
[...]
Beller: [verdachte]
Gebelde: [medeverdachte 1]
[verdachte] : Gisteren toen je daar had gewerkt, bleef er iets over?
[medeverdachte 1] : Ja.
[verdachte] : Heb je daar nog over eeh..?
[medeverdachte 1] : Ja.
[verdachte] : Hoeveel rest er nog?
[medeverdachte 1] : zo'n 500 euro en nog wat. zon 520 euro of 500.
[verdachte] : Wat er nog rest?
[medeverdachte 1] : ja. Nee, minder, minder. 450 volgens mij.
[verdachte] : Hoeveel heb je gepakt?
[medeverdachte 1] : Er was 700 en nog wat en ik heb 250 precies gepakt.
[verdachte] : He?
[medeverdachte 1] : Er was volgens mij 720 of weet ik veel.. 700 en nog wat.
[verdachte] : Ja. Heb je 250 gepakt?
[medeverdachte 1] : Ja.
[verdachte] : Hoeveel rest er nog dan?
[medeverdachte 1] : Zeg maar 450 a 470 maximaal. Er ligt 100 van mij
[verdachte] : Kan je wat gaan maken?
[medeverdachte 1] : jullie moeten mij met rust laten.
[verdachte] : ..ntv die Italiaan ..ntv
[medeverdachte 1] : He? vriend, dan bleef ik de hele dag..
[verdachte] : Als ik het aan de vriend van [C] (fon.) zou vragen dan gaat hij rennend met mij mee.
[medeverdachte 1] : Zijn vriend?
[verdachte] : he?
[medeverdachte 1] : Neem hem mee. Dan gaat hij een pannenkoek voor je maken.
[verdachte] : Hoi slechterik.
[medeverdachte 1] : Ja.
[verdachte] : Sta op. weet je wat je moet doen?
[medeverdachte 1] : Ik heb gisteren 500 gepakt.
[verdachte] : Zeg dat dan. Heb je twee gemaakt?
[medeverdachte 1] : Ja. Ik was het vergeten. (gaapt)
[verdachte] : Dan rest er nog.. 500 dan rest er nog 200.
[medeverdachte 1] : 220 zo.
[verdachte] : Je moet het ermee doen.
(een andere telefoon gaat over op de achtergrond)
[verdachte] : Het is Mustafa weer. Ik kom zo meteen de sleutels bij je halen.
41. Een geschrift, zijnde een verslag van een tapgesprek d.d. 23 februari 2008 om 11:32:58 (Zaaksdossier Zonzeel), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
(p.21):
Gespreksgegevens:
23-02-08 11:32:58
[...]
Beller: NNman
Gebelde: [verdachte]
Ze noemen elkaar "zoon van mijn oom".
NN: Komt het meisje er aan of nog niet?
[verdachte] : Ben je gearriveerd?
NN: Ja ik ben gearriveerd.
[verdachte] : Ik had het haar gezegd. Ze komt zo er aan.
42. Een geschrift, zijnde een verslag van een tapgesprek d.d. 23 februari 2008 om 11:34:34 (Zaaksdossier Zonzeel), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - (p. 23):
Gespreksgegevens:
23-02-2008 11:34:34
[...]
Beller: [verdachte]
Gebelde: NNvrouw
NN vraagt of ..ntv gearriveerd is. [verdachte] zegt, ja hij nadert.
NN zegt, oke ik ga nu van huis vertrekken.
43. Een geschrift, zijnde een verslag van een tapgesprek d.d. 23 februari 2008 om 12:04:23 (Zaaksdossier Zonzeel), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - (p. 25):
Gespreksgegevens:
23-02-08 12:04:23
[...]
Beller: NNman
Gebelde: [verdachte]
NN zegt dat hij er sinds een half uur zit.
[verdachte] zegt dat hij NN terug gaat bellen.
44. Een geschrift, zijnde een verslag van een tapgesprek d.d. 23 februari 2008 om 12:20:07 (Zaaksdossier Zonzeel), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - (p. 27):
Gespreksgegevens:
23-02-08 12:20:07
[...]
Beller: [verdachte]
Gebelde: NNvrouw
NN zegt dat ze er binnen 2 minuten is en dat ze nu vlakbij bij de slager is.
Oke zegt [verdachte] .
(…)
65. Een voor kopie conform gewaarmerkt proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond d.d. 23 februari 2008, met nummer 01508230208.se4 en documentcode 0802231354.OBS (Zaaksdossier Zonzeel), opgemaakt en ondertekend door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -:
als relaas van die opsporingsambtenaren (p. 31 ev):
12:28
De personenauto, merk Renault, type Laguna, verlaat de parkeergarage van de flat, waarin onder andere pand [a-straat 1] te Rotterdam, is gevestigd. De bestuurder wordt herkend als [verdachte] . [verdachte] rijdt met de Renault naar de Hooidrift te Rotterdam.
12:30
[verdachte] parkeert de Renault, voorzien van het kenteken [CC-00-DD] , op de Geuzenstraat te Rotterdam.
12:31
[verdachte] stapt uit de Renault en loopt in de richting van de Ruwaardstraat te Rotterdam. [verdachte] blijft stilstaan op de hoek Geuzenstraat/Ruwaardstraat.
12:34
[verdachte] loopt terug in de richting van de hoek Aelbrechtskade/Geuzenstraat te Rotterdam en blijft daar staan. Kort hierop loopt hij weer terug naar de hoek Geuzenstraat/Ruwaardstraat.
12:41
Een personenauto, merk Peugeot, type 405, kleur rood, voorzien van het Belgische kenteken [AA-00-BB] , rijdt via de Aelbrechtskade naar de Ruwaardstraat te Rotterdam.
12:42
[verdachte] loopt vanuit de richting van de Ruwaardstraat te Rotterdam in de richting van de Renault, voorzien van het kenteken [CC-00-DD] en maakt gebruik van een mobiele telefoon. [verdachte] opent de kofferbak van de Renault.
12:43
Een onbekende man, nader in dit proces-verbaal te noemen als NN1, loopt op de Geuzenstraat te Rotterdam, komende uit de richting van de Ruwardstraat te Rotterdam en draagt een rode kennelijk gevulde plastic tas in zijn hand. NN1 staat ter hoogte van de kofferbak van de Renault, voorzien van het kenteken [CC-00-DD] en legt de rode kennelijk gevulde plastic tas met rechthoekige vormen, in de geopende kofferbak, waarna de kofferbak wordt gesloten. NN1 en [verdachte] lopen op de Geuzenstraat in de richting van de Ruwaardstraat en blijven halverwege stil staan.
12:47
De Peugeot, voorzien van het Belgische kenteken [AA-00-BB] , staat zonder inzittenden geparkeerd op de Geuzenstraat te Rotterdam.
13:04
[verdachte] en NN 1 lopen naar de Renault, voorzien van het kenteken [CC-00-DD] . [verdachte] staat voorovergebogen in de Renault, aan de bestuurderszijde. NN1 blijft naast de Renault staan. [verdachte] pakt een rode kennelijk gevulde plastic tas vanaf de bestuurderszijde en overhandigt deze aan NN1.
13:05
NN1 loopt met een rode kennelijk gevulde plastic tas, van supermarkt [...] , in de richting van de Peugeot, voorzien van het Belgische kenteken [AA-00-BB] , stapt in als bestuurder, met in zijn rechterhand de genoemde rode kennelijk gevulde plastic tas sub.
Even later rijdt NN1 als bestuurder van de Peugeot weg in de richting van de Aelbrechtskade te Rotterdam.
13:07-13:44
NN1 rijdt als bestuurder van de Peugeot, voorzien van het Belgische kenteken [AA-00-BB] , via de Rijkswegen A20, A16 in de richting van Breda.
13:45
NN1 wordt op de afrit Rijsbergen, gelegen aan de Rijksweg A16 aangehouden door geüniformeerd personeel van het Korps Landelijke Politie Diensten.”
8. De bewijsmiddelen 31-44 bevatten gesprekken die - naar het hof kennelijk heeft geoordeeld en in cassatie niet wordt bestreden - betrekking hebben op de onder 2 bewezenverklaarde transactie. In een telefoongesprek van 22-02-08, 14:58:18 uur, tussen [medeverdachte 1] en de verdachte zegt [medeverdachte 1] dat een niet met name genoemde persoon twee wil van diezelfde die naar het buitenland gaan. De verdachte zegt daarop: “Ga dan die voor hem maken”. Of “diezelfde” ook met bestemming het buitenland worden vervoerd, kan hieruit niet worden opgemaakt en dus ook niet of verdachtes opzet daarop was gericht.
9. Enig ander aanknopingspunt voor verdachtes opzet op het met bestemming het buitenland vervoeren van de onderhavige verdovende middelen bieden de bewijsmiddelen evenmin. Derhalve kan uit de gebezigde bewijsmiddelen niet worden afgeleid dat verdachtes opzet was gericht op het met bestemming het buitenland vervoeren van de onderhavige verdovende middelen.
10. Het middel slaagt.
11. Het
tweede middelklaagt dat het onder 4 bewezenverklaarde opzet niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid en wel in het bijzonder niet dat verdachtes opzet was gericht op het vervoeren van de onderhavige verdovende middelen met bestemming het buitenland, te weten België.
12. Onder 4 (de zaak België) is ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:
“hij op 20 maart 2008 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in art. 1 lid 5 van Pro de Opiumwet, ongeveer 3 kilogram, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, immers hebben verdachte en zijn mededader opzettelijk voornoemd middel in een auto vervoerd met bestemming het buitenland, te weten België;”
13. Enig aanknopingspunt voor verdachtes opzet op het met bestemming het buitenland vervoeren van de onderhavige verdovende middelen bieden de bewijsmiddelen niet. Derhalve kan het bewezenverklaarde niet uit de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid.
14. Het middel slaagt.
15. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
16. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft het onder 2 en 4 tenlastegelegde en de opgelegde straffen en tot in zoverre terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG