Conclusie
.
aantallen kampeermiddelen in de vorm van chalets” geschrapt, waarbij zijdens DroomPark de volgende opmerking is gemaakt: “
Zoals afgesproken worden er geen aantallen genoemd van de te plaatsen chalets per hectare.
[…]”.
Indien op 1 oktober 2012 de omgevingsvergunning niet is verkregen, maar daar redelijkerwijs wel zicht op is, wordt de termijn verlengd tot uiterlijk 1 maart 2013.” toegevoegd.
"[...] indien echter de expliciete bevestiging of omgevingsvergunning wordt verleend tussen 1 maart 2013 en 1 maart 2014 zal Koper de helft van de bedoelde vergoeding laten toekomen aan Verkoper; [...]”. Deze passage, waarop door DroomPark in een reactie die zelfde avond (18.56 uur) is gereageerd met de woorden "
Niet akkoord!”, is niet opgenomen in de definitieve koopovereenkomst.
2.Procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
subonderdeel 1.aheeft het hof in rov. 5.8 niet (kenbaar) gerespondeerd op de in de aanhef van het onderdeel onder (i), (ii), (iii) en (v) bedoelde (essentiële) stellingen van DroomPark, welke relevant (kunnen) zijn voor de uitleg van de onderhavige commerciële overeenkomst. De klacht dient mijns inziens te falen.
subonderdeel 1.bkan hetgeen het hof in rov. 5.8 overweegt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, de verwerping van de stellingen (i) t/m (v) van DroomPark niet dragen. De stellingen (i), (ii), (iii) en (v) zijn hiervoor al besproken. Stelling (iv) houdt, kort gezegd, in dat uit art. 3.3 onder d blijkt dat ook voor het verkrijgen van de bevestiging ter zake van de chalets 1 oktober 2012, respectievelijk 1 maart 2013, een harde einddatum was. Voorts betoogt het subonderdeel dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom, kort gezegd, de ‘parallelschakeling’ tussen duidelijkheid over de omgevingsvergunning voor de 30 recreatiewoningen en de bevestiging ter zake van de chalets niet betekent dat er voor de bevestiging ter zake van de chalets ook een fatale termijn is overeengekomen.
subonderdeel 2.baanvoert, is deze overweging wel navolgbaar. Het hof verwijst naar de in rov. 5.6 bedoelde zekerheid die partijen op twee punten wensten te verkrijgen: (a) ten aanzien van de (175-300) additionele recreatiewoningen en (b) ten aanzien van de vervanging van 30 bungalows en de daaraan door DroomPark gekoppelde bevestiging ter zake van de chalets. In rov. 5.7 wijst het hof op het verband tussen de wens om een bepaald aantal additionele recreatiewoningen te gaan realiseren (300 maar mogelijk een lager aantal tot 175) en de realisatie van het aantal chalets. In rov. 5.9 geeft het hof aan dat de opstelling van de gemeente ten aanzien van de te realiseren (300) additionele recreatiewoningen gevolgen heeft voor het aantal te realiseren chalets. Het is echter van oordeel dat dit op zichzelf niet afdoet aan het gegeven dat ook ten aanzien van de realisatie van de chalets is voldaan aan de voorwaarden van de eerste nabetaling. Daaraan doet niet af dat DroomPark, gezien de opstelling van de gemeente, bij realisatie van de additionele recreatiewoningen zou inleveren op de zekerheid ten aanzien de chalets, dat wil zeggen het aantal dat geplaatst zou kunnen worden.
subonderdeel 2.cveronderstelt, dat DroomPark ook zou kunnen afzien van de plaatsing van de additionele recreatiewoningen. Dit subonderdeel berust op een onjuiste lezing van het arrest.
subonderdeel 2.dgaat het hof ook in de laatste alinea van rov. 5.9 zonder behoorlijke motivering voorbij aan de essentie van haar stellingname met betrekking tot de door haar bepleite connexiteit. Het subonderdeel doelt op het bij subonderdeel 2.a reeds genoemde argument van de gelijktijdigheid en faalt om de bij 3.7 genoemde reden.
onderdeel 4. Het beroep moet daarom worden verworpen.