Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[eiser sub 2],
[eiser sub 3],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 29 januari 2014
- het proces-verbaal van comparitie van 4 april 2014
- de brief van mr. Harmsen d.d. 10 april 2014 naar aanleiding van het proces-verbaal
- de brief van mr. Van Susante d.d. 11 april 2014 naar aanleiding van het proces-verbaal
- de akte na comparitie, tevens akte overlegging producties van DroomPark
- de antwoordakte tevens akte overlegging productie van Hoophuizen c.s.
“aantallen kampeermiddelen in de vorm van chalets”geschrapt, waarbij zijdens DroomPark de volgende opmerking is gemaakt:
“Zoals afgesproken worden er geen aantallen genoemd van de te plaatsen chalets per hectare. […].”
“Indien op 1 oktober 2012 de omgevingsvergunning niet is verkregen, maar daar redelijkerwijs wel zicht op is, wordt de termijn verlengd tot uiterlijk 1 maart 2013.”toegevoegd.
“[…] indien echter de expliciete bevestiging of omgevingsvergunning wordt verleend tussen 1 maart 2013 en 1 maart 2014 zal Koper de helft van de bedoelde vergoeding laten toekomen aan Verkoper; […]”.Deze passage, waarop door DroomPark in een reactie die zelfde avond (18.56 uur) is gereageerd met de woorden
“Niet akkoord!”, is niet opgenomen in de definitieve koopovereenkomst.
3.De vordering in conventie
primair
4.Het verweer in conventie
5.De vordering in reconventie
primair
6.Het verweer in reconventie
7.De beoordeling in conventie en in reconventie
.Uit de koopovereenkomst vloeit voort dat DroomPark in ieder geval vanaf die datum de eerste nabetaling aan Hoophuizen c.s. verschuldigd was en derhalve ook gehouden was om richting de notaris de mededeling te doen die krachtens de Depotovereenkomst vereist was voor het doen uitkeren van het bedrag van € 1,5 miljoen aan Hoophuizen c.s. Haar weigering die mededeling te doen heeft geleid tot vertraging in de voldoening van de door haar verschuldigde geldsom. Omdat Hoophuizen c.s. pas bij dagvaarding aanspraak heeft gemaakt op schadevergoeding wegens die vertraging in de vorm van wettelijke rente en deze niet eerder heeft aangezegd, is de vordering tot vergoeding van (het) rente(verschil) slechts toewijsbaar over de periode vanaf de datum van de dagvaarding, 17 oktober 2013. Voor zover Hoophuizen c.s. heeft beoogd te vorderen het verschil tussen de wettelijke en de op de rekening van de notaris gekweekte rente over twee verschillende perioden (in het geval van de op rekening van de notaris gekweekte rente over de periode (reeds) vanaf de depotdatum), zoals lijkt te volgen uit het petitum van de dagvaarding maar niet uit het lichaam van de dagvaarding, is onduidelijk wat daarvan de grondslag is, zodat haar vordering (ook) in zoverre zal worden afgewezen. De rentevordering zal daarom (deels) worden toegewezen als na te melden.
1.130,00(2,5 punten × tarief € 452,00)
565,00(2,5 punten × factor 0,5 × tarief € 452,00)