ECLI:NL:PHR:2017:946
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplichtigheid woninginbraak ondanks bewijsverweer
De zaak betreft een woninginbraak gepleegd op 9 januari 2014 te Gouda, waarbij verdachte medeplichtig werd geacht door het verschaffen van inlichtingen en het behulpzaam zijn bij de inbraak. De rechtbank had verdachte veroordeeld tot een taakstraf, waarbij het hof dit vonnis bevestigde, behoudens enkele strafrechtelijke motiveringen.
De verdediging voerde in hoger beroep en cassatie aan dat het bewijs onvoldoende was en dat het hof onterecht niet was ingegaan op uitdrukkelijk onderbouwde bewijsverweren. De rechtbank had echter uitgebreid gemotiveerd waarom zij de verklaringen van getuigen en het politieonderzoek betrouwbaar achtte, ondanks de kritiek van de verdediging.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het vonnis van de rechtbank had bevestigd en dat de motivering van het hof inzake de afwijking van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging niet onbegrijpelijk was. De cassatie werd verworpen, waarmee de medeplichtigheid van verdachte aan de woninginbraak definitief is vastgesteld.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde de veroordeling van verdachte voor medeplichtigheid aan woninginbraak.