ECLI:NL:PHR:2017:952
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid OM bij rijden onder invloed en ongeldigverklaring rijbewijs ondanks alcoholslotprogramma
In deze zaak stond de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie centraal bij de vervolging van een verdachte wegens rijden onder invloed van alcohol. De verdachte had geen gehoor gegeven aan een besluit van het CBR tot een onderzoek naar rijgeschiktheid, omdat dit onderzoek zou kunnen leiden tot deelname aan het alcoholslotprogramma, wat hoge kosten met zich meebrengt.
Het hof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte veroordeeld tot een geldboete en ontzegging van de rijbevoegdheid. De verdediging voerde in cassatie aan dat het OM niet ontvankelijk was wegens strijd met het ne bis in idem-beginsel, omdat de bestuurlijke ongeldigverklaring van het rijbewijs en de strafvervolging dezelfde gedraging betreffen.
De Hoge Raad oordeelde echter dat de ongeldigverklaring van het rijbewijs een zelfstandige bestuursrechtelijke maatregel is, die niet direct of indirect is opgelegd op grond van het plegen van een strafbaar feit. De enkele mogelijkheid van een latere oplegging van deelname aan het alcoholslotprogramma leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van het OM. Het beroep op ne bis in idem faalt omdat geen onherroepelijke oplegging van het alcoholslotprogramma heeft plaatsgevonden.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de ontvankelijkheid van het OM in de strafvervolging. Hiermee wordt bevestigd dat strafrechtelijke en bestuursrechtelijke trajecten naast elkaar kunnen bestaan zonder strijd met het ne bis in idem-beginsel.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is ontvankelijk in de vervolging ondanks mogelijke oplegging van het alcoholslotprogramma; cassatieberoep verworpen.