Conclusie
1.De feiten
2.Het procesverloop
bestuurdersen [betrokkene 4] als
bestuurder/feitelijk bestuurderhoofdelijk aansprakelijk zijn voor het boedeldeficit op grond van de artikelen 2:248 BW en/of 2:9 BW en/of 6:162 BW. [3]
dan het kennelijk onbehoorlijk bestuur(dat door de te late publicatie onweerlegbaar vast staat) de oorzaken van het faillissement waren en niet, zoals [eiser] onder meer bij pleidooi heeft aangevoerd (bijvoorbeeld door te verwijzen naar de andere groepsvennootschappen waar wel tijdig was gepubliceerd, maar die toch ook failliet zijn gegaan) andere feiten of omstandigheden dan de te late publicatie zelf.
3.De bespreking van het cassatiemiddel
het belang van het onderzoekvan de Belastingdienst voor de jaarrekening 2007 aan te tonen.
Van Schilt/Jansen-arrest en naar mijn conclusie bij dat arrest. [20]