Conclusie
1.Feiten en procesverloop
11. bepaaltdat de deskundige zijn conceptrapport ter becommentariëring aan partijen voorlegt;
12.wijstde deskundige er op dat:
met instemming van de aanwezigeneen nadere comparitie te beleggen ter beoordeling en bespreking van de door de deskundige verrichtte werkzaamheden, met mededeling
VIII TOT SLOT
Alledaartoe door mij ondernomen pogingen om uit deze impasse te geraken en wél de benodigde informatie te vergaren, liepen door onwil of desinteresse van (enkele van) de erven op niets uit; slechts een enkeling stelde zich constructief op.
Hierop worden de volgende afspraken gemaakt:
2.Bespreking van het cassatiemiddel
inhouddaarvan. Dat heeft [eiser] gedaan en het hof is op die punten ingegaan in de rechtsoverwegingen 19 t/m 24.
Leidraad deskundigen in civiele zakenstaat daarover het volgende: [9]
niet in zijn algemeenheidin de weg staat aan het gebruik van het deskundigenbericht. [12] Het is overgelaten aan het beleid van de rechter in de feitelijke instanties of er in dat geval aanleiding is om zich nader door deskundigen te laten voorlichten. [13]
tijdens het feitelijk onderzoek door de deskundigenopmerkingen te maken en verzoeken te doen. De Hoge Raad verwierp deze klacht als volgt:
a fair hearing” in de zin van art. 6 EVRM Pro is “
the right to adversial proceedings”. Naleving van het “
adversial principle” is gerelateerd aan de gerechtelijke procedure zelf. Hieruit mag niet een algemeen, abstract beginsel worden afgeleid, dat partijen in alle instanties moet worden toegestaan de ondervragingen door de deskundige bij te wonen en de documenten waar hij zich op baseert in te zien. Essentieel is dat partijen
adequaatkunnen participeren in de procedure voor het gerecht. [16] In de zaak Mantovanelli hadden de klagers hun standpunt slechts effectief naar voren kunnen brengen voordat het rapport aan het gerecht was verzonden. Zij waren echter niet in de gelegenheid gesteld deel te nemen aan de ondervraging van getuigen. Bovendien werden de klagers pas bekend met een aantal stukken waarop de deskundige zijn conclusie had gebaseerd nadat het onderzoek was beëindigd. Aldus waren zij niet in de gelegenheid geweest om effectief te reageren op het belangrijkste bewijsstuk. Daarmee was naar het oordeel van het EHRM sprake van schending van art. 6 EVRM Pro.
ingestemddat een andere procedure zal worden gevolgd dan eerder is vastgelegd in het dictum van het tussenvonnis van 21 april 2010. Afgesproken is: (i) dat de deskundige haar conceptrapport eerst aan de rechtbank zal zenden en vervolgens aan partijen, (ii) dat er vervolgens opnieuw een comparitie zal worden gehouden (dit keer in aanwezigheid van de deskundige), en (iii) dat partijen
daarnanog schriftelijk op het conceptrapport zullen kunnen reageren. Op 20 december 2012 heeft een opvolgende comparitie van partijen plaatsgevonden. Daarbij was ook de deskundige aanwezig. Blijkens het proces-verbaal van de comparitie zijn daar weer nieuwe afspraken gemaakt. Voor zover van belang is onder meer afgesproken dat de deskundige vóór 1 maart 2013 haar eindrapport zal inleveren en dat partijen in de gelegenheid zullen worden gesteld hierop bij akte nog te reageren. Dit laatste is gebeurd. [verweerder 6] , [verweerster 1] en [eiser] hebben na het uitbrengen van deskundigenrapport ieder een akte na deskundigenbericht genomen. In haar eindvonnis van 23 oktober 2013 heeft de rechtbank hun opmerkingen weergegeven en besproken. De rechtbank heeft geoordeeld dat zij, gelet op hetgeen ten aanzien van de opmerkingen zal worden overwogen, geen aanleiding ziet om de deskundige te verzoeken daarop te reageren.
conceptrapportte reageren, merk ik in aanvulling op het bovenstaande nog op dat de advocaat van [eiser] tijdens de comparitie op 20 december 2012 zelf heeft verklaard dat waarschijnlijk niet alles boven tafel valt te krijgen, dat hij liever heeft dat wordt beschreven wat er bekend is en dat de deskundige in plaats van het rapport dat er op dat moment was beter een eindrapport had kunnen maken. In deze opmerkingen van de raadsman ligt besloten dat hij van oordeel was dat het niet zoveel zin had om op dat moment op het voorliggende concept-rapport te reageren. Partijen hebben conform de gemaakte afspraken nadien wel op het definitieve deskundigenrapport gereageerd. Zoals gezegd is het aan het beleid van de feitenrechter overgelaten om te oordelen of er aanleiding is om zich nog nader door deskundigen te laten voorlichten. Het onderdeel faalt.
inhoudelijkebeslissingen van de rechtbank in het geschil tussen [eiser] en [verweerster 1] is feitelijk en niet onbegrijpelijk.
waaromdoor de bestreden oordelen het recht is geschonden of deze niet naar behoren zijn gemotiveerd. Een rechtsklacht dient met bepaaldheid en precisie in te houden welke beslissing of overweging in de bestreden uitspraak onjuist is en waarom door die beslissing of overweging het recht is geschonden. Een motiveringsklacht dient met bepaaldheid en precisie te vermelden welke beslissing of overweging onvoldoende gemotiveerd dan wel onbegrijpelijk is en waarom. Deze laatste eis houdt meer in het bijzonder in dat, indien een cassatieklacht (mede) is gebaseerd op in de feitelijke instanties aangevoerde stellingen, het middel de vindplaats(en) moet vermelden van die stellingen in de stukken van het geding. Dit alles lijdt slechts dan uitzondering, indien het een rechtsklacht betreft en - zo nodig mede uit de gedingstukken - zonder meer duidelijk is waarin volgens de steller van het middel de onjuistheid van de bestreden rechtsopvatting is gelegen, dan wel indien de wederpartij op basis van de in het middel (en eventueel de daarop in de schriftelijke toelichting gegeven verduidelijking) vervatte rechts- en/of motiveringsklachten de rechtsstrijd in cassatie heeft aanvaard. [19]
De inhoud van de kluizen, waardepapieren, sieraden, muntenverzameling, inboedel”. Het hof overweegt hieromtrent in de rechtsoverwegingen 21 t/m 24 het volgende:
waaromde uitleg door het hof van de stellingen van [eiser] onjuist dan wel onbegrijpelijk is.
schadebegroot.