Conclusie
middelbehelst de klacht dat de verwerping van het beroep op noodweer getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, althans onbegrijpelijk is dan wel ontoereikend is gemotiveerd.
Parket bij de Hoge Raad
Verdachte werd veroordeeld voor doodslag op 1 maart 2014 in Middelburg, waarbij hij het slachtoffer met een mes stak. Hij beriep zich op noodweer en subsidiair noodweerexces, stellende dat hij werd aangevallen en uit angst handelde.
Het hof verwierp het beroep op noodweer omdat verdachte zich volgens het hof aan de confrontatie had kunnen en moeten onttrekken door het café in te gaan, en dat zijn handelen niet verdedigend maar aanvallend was. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat sprake was van een reële en redelijke mogelijkheid tot onttrekking en dat het oordeel dat verdachte de confrontatie zocht niet begrijpelijk is.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling op basis van de bestaande feiten en omstandigheden, met nadruk op de juiste toepassing van het noodweerbegrip en de subsidiariteitseis.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van het beroep op noodweer.