ECLI:NL:PHR:2018:1244

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
18 september 2018
Publicatiedatum
6 november 2018
Zaaknummer
17/00796
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 511h SvArt. 437 SvArt. 435 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring betrokkene in cassatieberoep wegens niet-tijdig indienen middelen

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest vastgesteld dat betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel had ter hoogte van €23.000, waarvan €15.000 aan de Staat moest worden betaald. Tegen dit arrest is tijdig beroep in cassatie ingesteld door betrokkene.

Volgens artikel 511h Sv in verbinding met artikel 437, tweede lid, Sv moet binnen twee maanden na betekening van de aanzegging een schriftuur met middelen van cassatie worden ingediend door een raadsman van betrokkene. In deze zaak is deze schriftuur niet tijdig ingediend bij de Hoge Raad.

Daarom concludeert de Procureur-Generaal dat betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep. Deze conclusie leidt tot het niet-ontvankelijk verklaren van betrokkene in het beroep, waarmee het cassatieberoep niet inhoudelijk wordt behandeld.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

Nr. 17/00796 P
Zitting: 18 september 2018
Mr. E.J. Hofstee
Conclusie inzake:
[betrokkene]
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 16 november 2016 het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 23.000,00 en aan de betrokkene ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 15.000,00.
Er bestaat samenhang met de zaak 17/00795. Ook in die zaak zal ik vandaag concluderen.
Tegen de uitspraak van het hof is namens de betrokkene tijdig beroep in cassatie ingesteld.
Art. 511h Sv schrijft in verbinding met art. 437, tweede lid, Sv voor dat op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman van de betrokkene een schriftuur houdende middelen van cassatie moet worden ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, moet de betrokkene niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn cassatieberoep.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG