Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof zonder enige nadere motivering “is voorbijgegaan aan het gemotiveerde beroep van de verdachte dat het Hof niet tot ontvankelijkheid van het openbaar ministerie had kunnen komen.”
“Aanleiding van het onderzoek
Undue delay/nodeloze vertraging
tweede middelklaagt dat het Hof “op rechtens onbegrijpelijke en onjuiste wijze toepassing en invulling [heeft] gegeven aan artikel 1, tweede lid en art 3, tweede lid Lv Strafbaarstelling Witwassen”.
Bewijsoverwegingen
Strafbaarheid van het feit
Feit 1:
tweede lid, van de Landsverordening (oud).
Financial Action Task Force on money laundering. [6]
derde middelklaagt dat het Hof “op rechtens onbegrijpelijke en onjuiste wijze [is] gekomen tot verbeurd verklaring van de in 1996 aangekochte woningen”.
“Verbeurdverklaring
enig strafbaar feit”, en art. 34 Sr Pro noemt de voorwerpen die voor verbeurdverklaring vatbaar zijn, zoals: “voorwerpen die aan de veroordeelde toebehoren of die hij geheel of ten dele ten eigen bate kan aanwenden en die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van
het strafbare feitzijn verkregen” (cursiveringen van mij, A-G). In het onderhavige geval staat het bewezenverklaarde witwassen in direct verband met het gronddelict, dat is de handel in verdovende middelen, een feit dat ook in 1996 naar Arubaans recht strafbaar was. Aldus staat de verbeurdverklaring van de onroerende goederen niet in een te ver verwijderd verband met het feitencomplex waarvoor de verdachte is veroordeeld. [10] Tot slot zij overigens opgemerkt dat de vatbaarheid voor verbeurdverklaring moet berusten op gegevens die zijn gebleken bij het onderzoek ter terechtzitting en niet hoeft te blijken uit de bewijsmiddelen (HR 6 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4668,
NJ2007/109).