ECLI:NL:HR:2007:AZ4668
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verbeurdverklaring grensgeld bij mensensmokkelzaak
In deze zaak stond de verbeurdverklaring van een geldbedrag van €4000,- centraal, dat verdachte gebruikte bij het faciliteren van de illegale toegang van personen tot Nederland. Het hof had geoordeeld dat dit bedrag aan verdachte toebehoorde en als voorwerp kon worden verbeurdverklaard omdat het met behulp waarvan het bewezenverklaarde feit was begaan of voorbereid.
De verdediging voerde aan dat een deel van het geld aan een derde toebehoorde en dat het grensgeld niet verbeurd kon worden verklaard omdat er geen aanwijzingen waren voor betrokkenheid bij mensensmokkel. De Hoge Raad verwierp dit verweer en stelde dat een oordeel over vatbaarheid voor verbeurdverklaring niet per se op bewijsmiddelen hoeft te berusten, maar voldoende is dat het oordeel gebaseerd is op gegevens uit het onderzoek ter terechtzitting.
De verklaring van verdachte dat hij het geld had geleend en gebruikte om passagiers te helpen de grens te passeren, was voldoende om het hof te laten oordelen dat het bedrag aan verdachte toebehoorde en verband hield met het strafbare feit. Het cassatieberoep werd verworpen en het vonnis van het hof werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het bedrag van €4000,- wordt verbeurd verklaard en de voorwaardelijke gevangenisstraf bevestigd.