ECLI:NL:PHR:2018:1282

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
25 september 2018
Publicatiedatum
13 november 2018
Zaaknummer
15/03297
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens te late indiening schriftuur

De verdachte is door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens mishandeling tot een voorwaardelijke taakstraf en subsidiair hechtenis. Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld. De advocaat van de verdachte heeft een schriftuur ingediend, maar deze is niet tijdig door de Hoge Raad ontvangen. Ondanks een faxbericht waarin werd gesteld dat de schriftuur per post was verzonden en telefonisch ontvangst was bevestigd, is de schriftuur niet ontvangen.

De Hoge Raad oordeelt dat de enkele stelling van de raadsman onvoldoende is om aan te nemen dat de schriftuur tijdig is ontvangen. De raadsman draagt het risico dat schriftuur niet of niet tijdig aankomt, tenzij bijzondere omstandigheden worden aangetoond. Omdat in deze zaak geen bijzondere omstandigheden zijn vastgesteld, wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep.

Deze beslissing volgt op de wettelijke termijnen zoals opgenomen in artikel 437, tweede lid, Sv, en bevestigt de strikte toepassing van procesregels omtrent tijdige indiening van schrifturen in cassatieprocedures.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens niet-tijdige indiening van schriftuur.

Conclusie

Nr. 15/03297
Zitting: 25 september 2018
Mr. D.J.C. Aben
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 26 mei 2015 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens 1. "mishandeling" en 2. "mishandeling", veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van zestig uren, subsidiair dertig dagen hechtenis, met een proeftijd van één jaar. Het hof heeft voorts beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, een en ander zoals in het arrest vermeld.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. L. Bien, advocaat te Maastricht, heeft een schriftuur ingediend.
De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 2 juni 2017 betekend. Dat brengt met zich dat de in art. 437, tweede lid, Sv bedoelde termijn voor het indienen van een schriftuur op 1 augustus 2017 afliep.
Naar aanleiding van de brief betreffende de mededeling rechtsdag is op
18 september 2017 per fax een bericht van de raadsman ingekomen, waarin de raadsman stelt dat hij op of omstreeks 2 juli 2017 een brief met de bijgevoegde cassatieschriftuur per post / Falk koerier aan de Hoge Raad heeft gezonden. De door de raadsman genoemde brief met cassatieschriftuur van 2 juli 2017, die als bijlage aan de fax van 18 september 2017 is gehecht, is evenwel niet door de Hoge Raad ontvangen.
De enkele stelling van de raadsman dat blijkens de notities in zijn dossier zijn kantoor de ontvangst van de schriftuur telefonisch is nagegaan bij de griffie, waarbij deze ontvangst zou zijn bevestigd, is onvoldoende om aan te nemen dat de schriftuur (tijdig) is ontvangen door de Hoge Raad.
De raadsman die een schriftuur niet aangetekend of niet (tevens) per fax verstuurt of zich niet tijdig ervan vergewist of een schriftuur is aangekomen, draagt behoudens bijzondere omstandigheden het risico dat de schriftuur niet of niet binnen de gestelde termijn blijkt te zijn ingediend. [1] Aangezien in casu van enige bijzondere omstandigheid geen sprake is, kan de verdachte ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
7. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.HR 18 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AN8293, NJ 2004/178. Zie ook: A.J.A. van Dorst,