Conclusie
eerste middelberust kennelijk op de opvatting dat het hof enkel acht mag slaan op eerdere veroordelingen indien die vallen onder het bereik van de recidivebepaling uit art. 43a Sr. Die stelling vindt geen steun in het recht aangezien eerdere veroordelingen kunnen gelden als nadere uitwerking van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte (vgl. HR 26 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9968,
NJ2010, 586). De bepaling is niet als zodanig in de tenlastelegging en bewezenverklaring opgenomen. Er zijn – zoals de steller van het middel ook erkent – eerdere onherroepelijke veroordelingen voor bedreigingen en daarmee mag de rechter rekening houden bij het bepalen van de (hoogte en aard van de) straf.
tweede en het derde middelberusten op onjuiste rechtsopvatting dat een responsieplicht bestaat voor verzoeken/verweren die in een appelschriftuur staan vermeld en niet uitdrukkelijk op de zitting zijn herhaald.