ECLI:NL:PHR:2018:1336
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordelingen opiumwetdelicten
Bij verzoekschrift is herziening aangevraagd van vijf onherroepelijke veroordelingen van aanvrager voor onder meer opzettelijke overtredingen van de Opiumwet, overtreding van de APV Amsterdam en de Wet wapens en munitie. De aanvraag berust op de stelling dat niet aanvrager, maar een andere persoon zich heeft schuldig gemaakt aan de strafbare feiten en daarbij de persoonsgegevens van aanvrager gebruikte, waardoor sprake is van persoonsverwisseling.
De aanvraag is onderbouwd met diverse documenten, waaronder een verhoor van aanvrager, memo’s en proces-verbaal van bevindingen van politieambtenaren en Justitiële Informatiedienst, waaruit blijkt dat de aanvrager die in de justitiële documentatie voorkomt een andere persoon betreft dan degene die in 2013 als verdachte werd aangehouden. Ook is gewezen op vrijspraak in een gerelateerd arrest na verwijzing door de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat de stelling van persoonsverwisseling, gelet op de aangevoerde en onderbouwde argumenten, kan worden beschouwd als een nieuw gegeven dat bij de eerdere rechtspraak niet bekend was en dat ernstige twijfel werpt op de juistheid van de veroordelingen. Dit leidt tot het ernstige vermoeden dat bij bekendheid van dit gegeven vrijspraak zou zijn uitgesproken.
De Hoge Raad verklaart het herzieningsverzoek gegrond en verwijst de zaken naar het gerechtshof voor herbeoordeling. Tevens beveelt de Hoge Raad opschorting van de tenuitvoerlegging van de bestreden uitspraken om misverstanden te voorkomen.
Uitkomst: Hoge Raad verklaart herzieningsverzoek gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst zaken naar gerechtshof.