Conclusie
ontvlechting taakveld inkoop ten behoeve van overgang naar de gemeenschappelijke regeling SSC-ZL” (in de stukken ook wel aangeduid met “ontvlechting inkooporganisatie”) ter advisering voorgelegd. Het voorgenomen besluit betreft het overdragen van taken op het gebied van inkoop aan het SSC-ZL. Deze overdracht heeft tot gevolg dat een deel van de inkooptaken van Gemeente Maastricht wordt overgedragen aan het SSC-ZL, dat er medewerkers van Gemeente Maastricht overgaan naar het SSC-ZL en dat “
er een ontvlechting van taken binnen de moederorganisatie gemeente Maastricht plaatsvindt”. Deze adviesaanvraag is in de overlegvergadering van 21 juli 2016 besproken.
2.Het procesverloop
3.De bespreking van de cassatiemiddelen
4. Bijzondere bepalingen voor de overheid
3. Geschillenregeling
.
Barracuda-uitspraak waarin de Hoge Raad in 1993 - dus voor de invoering van de WOR bij de overheid - heeft bepaald dat het:
Haagse grenscorrecties-zaak over toepassing van het advies- en beroepsrecht bij een politiek (voorgenomen) besluit in verhouding tot de personele gevolgen geoordeeld:
Daarbij kan worden aangetekend dat, zoals ook bij de parlementaire behandeling van deze bepaling is opgemerkt, het de publiekrechtelijke lichamen vrijstaat vroegtijdig de ondernemingsraden te betrekken in het proces van raadpleging.” [17] (cursivering A-G).
. [22]
De Mirandabad-zaak heeft de Hoge Raad eerst een overzicht gegeven van zijn relevante rechtspraak met betrekking tot art. 46d, aanhef en onder b, WOR. Daarin is de overweging uit de Haagse grenscorrecties-zaak te lezen en verder:
Gemeente Diemen-beschikking van 19 november 2015 teruggekomen van de hiervoor onder 3.16 beschreven opvatting. [27] In die zaak is geen cassatie ingesteld. De lijn die de Ondernemingskamer in de
Gemeente Diemen-beschikking heeft uitgezet is in de bestreden beschikking gevolgd (zie onder 2.3). Ook daarna heeft de Ondernemingskamer die lijn doorgezet in de
Politie Oost-Brabant-beschikking. [28] In die laatstvermelde zaak is cassatie ingesteld over onder meer ditzelfde punt.
Haagse grenscorrecties-zaak had gegeven onderschreven, dit ondanks de kritiek die op die uitleg was geuit vanuit de literatuur. Ik merk op dat de Hoge Raad in bepaalde omstandigheden voorbij kan gaan aan de wetsgeschiedenis, ook al is deze duidelijk. Als de Hoge Raad dat doet, raakt dit aan de rolverdeling tussen wetgever en rechter. Ik vind in het onderhavige geval het voorbij gaan aan de wetgeschiedenis onwenselijk, omdat het gevolg hiervan zou zijn dat de rechter ondanks een duidelijke wetsgeschiedenis de eigen bevoegdheid uitbreidt. Ik meen dat bij het door de rechter uitbreiden van de eigen bevoegdheid in weerwil van een duidelijke wetsgeschiedenis terughoudendheid past.
kanvragen, maar hij als gevolg van het primaat van de politiek hiertoe niet verplicht is. In de marktsector bestaat zo’n adviesverplichting wel voor de onder artikel 25 WOR Pro vallende aangelegenheden. Ook hierin verschillen overheids- en marktsector.