De zaak betreft een geschil tussen de gemeente Amsterdam, meer specifiek haar stadsdeel Zuid, en de ondernemingsraad over het adviesrecht bij een besluit tot kredietverstrekking voor de renovatie van het zwembad De Mirandabad. Het dagelijks bestuur van Stadsdeel Zuid stelde voor om een krediet van €4.060.000 beschikbaar te stellen, en de deelraad nam dit besluit op 30 mei 2012. De ondernemingsraad vorderde dat dit besluit ter advisering aan hem zou worden voorgelegd, omdat het een belangrijke investering betrof.
De ondernemingskamer oordeelde dat het besluit niet het politieke primaat betrof en dat Stadsdeel Zuid het besluit niet in redelijkheid had kunnen nemen zonder advies van de ondernemingsraad. Daarom werd het besluit ingetrokken en werd Stadsdeel Zuid verboden het uit te voeren. Stadsdeel Zuid stelde in cassatie dat het besluit viel onder artikel 46d WOR, dat het adviesrecht uitsluit bij besluiten die het politieke primaat betreffen.
De Hoge Raad stelt dat het besluit van de deelraad direct betrekking heeft op het inrichten en vaststellen van de begroting en de terbeschikkingstelling van financiële middelen, wat een politieke afweging vergt. Daarom valt het besluit onder het politieke primaat zoals bedoeld in artikel 46d aanhef en onder b WOR. De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de ondernemingskamer en wijst de verzoeken van de ondernemingsraad af, waarmee het adviesrecht niet van toepassing is op dit besluit.
Deze uitspraak bevestigt dat niet elk besluit van een democratisch orgaan automatisch onttrokken is aan het adviesrecht, maar dat de aard van het besluit en de noodzaak van politieke afweging doorslaggevend zijn. Het beschermt het primaat van de politiek bij begrotings- en kredietbesluiten van overheidsorganen zoals stadsdelen.