Conclusie
1.Feiten en procesverloop
Duitsland, op grond waarvan hij aldaar over deze periode een aanspraak heeft gekregen op Duits ‘Kindergeld’. Dit Kindergeld is hem door de Familienkasse te Aken, Duitsland bij beslissing van 2 oktober 2007 toegekend en uitgekeerd over de periode van juli 2005 tot maart 2007, ter hoogte van een bedrag van € 5.821,02.
2.De incidentele vordering in cassatie en het verweer
3.Bespreking van de incidentele vordering in cassatie
bekend waren of hadden kunnen worden gemaakt, en die hij vervolgens in zijn (gemotiveerde) beslissing
heeft meegenomen of had kunnen meenemen, in de incidentele vordering in hogere instantie niet nog eens opnieuw worden afgewogen. Ik meen derhalve dat ook in dat geval de hierboven onder 3.3 genoemde regel dient op te gaan dat eiser in het incident in hogere instantie, die wijziging van de beslissing omtrent het in het incident gevorderde in vorige instantie wenst, aan zijn vordering feiten of omstandigheden ten grondslag zal moeten leggen die bij de door de vorige rechter gegeven beslissing niet in aanmerking konden worden genomen, doordat zij zich eerst na de uitspraak van de vorige rechter hebben voorgedaan, en die kunnen rechtvaardigen dat van de eerdere beslissing wordt afgeweken.
mogelijkheiddat de man niet in staat zal blijken om het door haar betaalde bedrag te restitueren. Die mogelijkheid onderbouwt zij met feiten uit het verleden, waarin het innen van de eerder aan haar toegekende vordering tot moeilijkheden en (onevenredige) kosten leidde.