Conclusie
eerste middelbevat de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden.
tweede middelbevat, bezien in het licht van de toelichting, de klacht dat de beslissing van het hof ten aanzien van de mate van vermindering van de betalingsverplichting in verband met de overschrijding van de redelijke termijn onbegrijpelijk is, althans ontoereikend is gemotiveerd.
Redelijke termijn
Redelijke termijn
€ 780.670.-.”