ECLI:NL:PHR:2018:1483

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
11 december 2018
Publicatiedatum
6 februari 2019
Zaaknummer
16/05815
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 432 SvArt. 449 SvArt. 450 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid cassatieberoep bij tijdige indiening bijzondere volmacht

In deze zaak gaat het om de ontvankelijkheid van een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte is veroordeeld voor bedreiging en eenvoudige belediging van een ambtenaar. Het cassatieberoep is ingesteld op 25 november 2016, nadat de cassatietermijn was verstreken.

De Hoge Raad overweegt dat op basis van de stukken, waaronder een faxbericht dat als schriftelijke bijzondere volmacht is aangemerkt, rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de volmacht vóór sluiting van de griffie van het hof op de laatste dag van de termijn (24 november 2016 om 16:59 uur) is binnengekomen. Hierdoor kan het beroep toch tijdig zijn ingesteld.

De Advocaat-Generaal wordt daarom alsnog in de gelegenheid gesteld zich over het voorgestelde middel uit te laten. Dit tussenarrest betreft een procedurele beoordeling van ontvankelijkheid en volgt eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad over tijdige indiening van bijzondere volmachten.

Uitkomst: De Hoge Raad stelt de Advocaat-Generaal in de gelegenheid zich uit te laten over de ontvankelijkheid van het cassatieberoep vanwege mogelijke tijdige indiening van de bijzondere volmacht.

Conclusie

Nr. 16/05815
Zitting: 11 december 2018
Mr. D.J.C. Aben
Conclusie inzake:
[verdachte]
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 10 november 2016 de verdachte ter zake van 1. "bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat, meermalen gepleegd" en 2. "eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd", veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van veertig uren.
Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Namens de verdachte heeft
mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, een middel van cassatie voorgesteld.
Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het onderhavige cassatieberoep merk ik het volgende op. Blijkens de stukken is het beroep in cassatie ingesteld op 25 november 2016, zodat de verdachte – nu hij ter terechtzitting van het hof van 27 oktober 2016 was verschenen – ingevolge art. 432, eerste lid aanhef en onder b, Sv in het beroep niet kan worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG