ECLI:NL:PHR:2018:1489
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet-indienen cassatiemiddelen in diefstal- en witwaszaak
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de verdachte bij arrest van 4 mei 2017 veroordeeld voor meerdere strafbare feiten, waaronder diefstal door twee of meer verenigde personen met braak, deelneming aan een criminele organisatie, meermalig witwassen en het voorhanden hebben van vervalste geschriften. De opgelegde straf betrof een gevangenisstraf van 334 dagen met aftrek en onttrekking van het rijbewijs.
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest. De aanzegging van het cassatieberoep werd rechtsgeldig betekend aan de griffier van de rechtbank Den Haag en aan de raadsman van de verdachte. Ondanks deze correcte aanzegging heeft de verdachte geen schriftuur met cassatiemiddelen ingediend binnen de wettelijke termijn.
Daarom is het voorschrift van artikel 437, tweede lid, Sv niet nageleefd, waardoor de Hoge Raad de verdachte niet in zijn cassatieberoep kan ontvangen. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep.
Uitkomst: Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.