ECLI:NL:PHR:2018:1505
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken middelen
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de verdachte veroordeeld voor overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994, met een geldboete en ontzegging van de rijbevoegdheid. Tegen dit arrest is door de verdachte beroep in cassatie ingesteld.
De aanzegging van het cassatieberoep is op correcte wijze aan de verdachte betekend. Echter, binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van twee maanden na aanzegging heeft de verdachte geen middelen van cassatie ingediend, noch door een raadsman laten indienen. Dit is een vereiste volgens artikel 437 lid 2 Sv Pro om ontvankelijk te zijn in cassatie.
De Hoge Raad concludeert daarom dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep. Er zijn geen inhoudelijke middelen behandeld omdat deze niet zijn ingediend. De procedure wordt hiermee beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van het arrest van het hof.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen binnen de gestelde termijn.