ECLI:NL:PHR:2018:1505

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
11 december 2018
Publicatiedatum
18 februari 2019
Zaaknummer
17/04208
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 lid 2 onderdeel a Wegenverkeerswet 1994Art. 435 lid 1 SvArt. 437 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken middelen

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de verdachte veroordeeld voor overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994, met een geldboete en ontzegging van de rijbevoegdheid. Tegen dit arrest is door de verdachte beroep in cassatie ingesteld.

De aanzegging van het cassatieberoep is op correcte wijze aan de verdachte betekend. Echter, binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van twee maanden na aanzegging heeft de verdachte geen middelen van cassatie ingediend, noch door een raadsman laten indienen. Dit is een vereiste volgens artikel 437 lid 2 Sv Pro om ontvankelijk te zijn in cassatie.

De Hoge Raad concludeert daarom dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep. Er zijn geen inhoudelijke middelen behandeld omdat deze niet zijn ingediend. De procedure wordt hiermee beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van het arrest van het hof.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen binnen de gestelde termijn.

Conclusie

Nr. 17/04208
Zitting: 11 december 2018
Mr. A.E. Harteveld
Conclusie inzake:
[verdachte]
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de verdachte bij arrest van 28 december 2016, zittingsplaats Leeuwarden, met vernietiging van het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 17 december 2015, ter zake van “overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994”, veroordeeld tot een geldboete van €325, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 dagen hechtenis, en de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 53 dagen ontzegd.
Er bestaat samenhang met de zaak 17/00076. Ook in deze zaak zal ik vandaag concluderen.
Namens de verdachte is op 4 januari 2017 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging zoals bedoeld in art. 435 lid 1 Sv Pro is op 14 september 2017 aan de verdachte in persoon betekend. Namens hem zijn echter geen middelen van cassatie voorgesteld.
Ingevolge art. 437 lid 2 Sv Pro dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv Pro door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te worden ingediend. Nu de verdachte niet door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, dient hij in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG