Conclusie
1.Inleiding
2.De feiten
3.Het procesverloop
4.De bespreking van het cassatiemiddel
NJ1986/555 (Streekziekenhuis Dongemond) en OK 21 juni 1988,
NJ1989/461 (Philips). Uitzondering op het voorgaande bestaat slechts in het geval dat de bezwaren voortvloeien uit feiten en omstandigheden die de ondernemingsraad bij het uitbrengen van zijn advies niet kende of behoorde te kennen. Deze uitzondering volgt uit art. 26 lid 1 WOR Pro waarin onder meer is bepaald dat de ondernemingsraad bij de ondernemingskamer beroep kan instellen tegen een door de ondernemer genomen besluit wanneer feiten en omstandigheden bekend zijn geworden, die, waren zij aan de ondernemingsraad bekend geweest ten tijde van het uitbrengen van het advies, aanleiding zouden kunnen zijn geweest om dat advies niet uit te brengen zoals het is uitgebracht. Ook in het geval er wezenlijke gebreken kleven aan de adviesaanvraag mag uitzondering worden gemaakt op de voornoemde regel. De ondernemingsraad moet immers in staat worden gesteld behoorlijk op de adviesaanvraag te reageren. [14]