Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel 1);
onderdeel 2);
subonderdeel 3.1);
subonderdeel 3.2).
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft de uitleg van een finaal verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden bij ontbinding van het huwelijk door overlijden, terwijl eerder een echtscheidingsverzoek was ingediend en de echtscheiding was uitgesproken maar niet ingeschreven. De man was gehuwd op huwelijkse voorwaarden met een verrekenbeding dat bij overlijden verrekening voorschreef alsof sprake was van gemeenschap van goederen.
Na diagnose van kanker bij de vrouw en het indienen van een echtscheidingsverzoek, weigerde de man medewerking aan inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. De vrouw overleed, waarna de executeur van haar nalatenschap stelde dat de man geen aanspraak kon maken op het verrekenbeding wegens misbruik van recht en het ontbreken van solidariteit.
De rechtbank wees de vorderingen van de man af, oordelend dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was dat hij een beroep deed op het verrekenbeding. Het hof bevestigde dit en legde een restrictieve uitleg aan het beding ten grondslag: het beding geldt alleen bij overlijden met nog bestaande affectieve relatie en solidariteit, niet bij beëindiging door echtscheiding. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de man, bevestigde de uitleg van het hof en benadrukte dat de feitenrechter niet verplicht is om nader onderzoek te doen naar de voorlichting door de notaris. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het finaal verrekenbeding niet van toepassing is bij overlijden na feitelijke beëindiging van het huwelijk door echtscheiding.