Conclusie
‘openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen’veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met aftrek van voorarrest. Bovendien heeft het hof over het beslag beslissingen genomen als in het arrest vermeld, en heeft het hof de benadeelde partij in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard (wegens de vrijspraak van het in zaak A onder 1 ten laste gelegde).
eerste middelvalt uiteen in twee onderdelen en klaagt over (1) een gebrekkige bewijsvoering, en (2) de denaturering van de verklaring van de verdachte.
Het hof gaat uit van de navolgende feiten en omstandigheden.
, [betrokkene 2][het hof bedoelt: [betrokkene 2], D.A.]
en [betrokkene 3] en anderzijds [betrokkene 4], [betrokkene 1] en [betrokkene 5].
Het hof kan niet met voldoende nauwkeurigheid vaststellen wat er precies is gebeurd tijdens de confrontatie tussen enerzijds de verdachte[[verdachte], D.A.]
, [betrokkene 2][het hof bedoelt: [betrokkene 2], D.A.]
en [betrokkene 3] en anderzijds [betrokkene 4] en [betrokkene 1]. Dat is niet alleen zo met betrekking tot het vaststellen van de hoedanigheid van de schutter, maar ook met betrekking tot de geweldshandelingen die over en weer zijn verricht en in welke volgorde deze zijn verricht.
1. Een proces-verbaal met nummer 2014039797 van 24 februari 2014, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2], doorgenummerde dossierpagina’s G24-G28.
, [betrokkene 2] en [betrokkene 6] eraan kwamen. Ik zag dat [betrokkene 3], [verdachte] en [betrokkene 2] heel agressief en dreigend op mij overkwamen. [betrokkene 4] stond op dat moment vlak naast mij. [betrokkene 3], [betrokkene 2] en [verdachte] begonnen te duwen en te trekken. De agressie van die drie was op [betrokkene 4] en mij gericht. [betrokkene 4] en ik duwden en trokken ook.
U toont mij de camerabeelden Dirk van den Broek Entree buiten
in verenigingheeft begaan. Volgens de steller van het middel wijzen de bewijsmiddelen onder 1, 3 en 4 uit dat uitsluitend de verdachte is teruggekeerd naar [betrokkene 1], die enigszins ongelukkig tussen de fietsen op de grond lag, en dat de verdachte daarna aan [betrokkene 1] (als enige) enkele slagen heeft toegediend. De mededeling van [betrokkene 4] (bewijsmiddel 2) dat hij zag “
dat[betrokkene 3] en [verdachte]op [betrokkene 1] afsprongen en hem weer begonnen te slaan en schoppen,” is met die bewijsmiddelen in strijd en had door het hof niet zonder nadere motivering tot het bewijs gebruikt mogen worden, aldus de steller van het middel.
tegelijkertijdmet of
in aanwezigheid vananderen (openlijk) geweld heeft gepleegd. De vraag is dus (onder meer) of daarmee een eis wordt gesteld die de wet kent. Bij de beantwoording van die vraag laat ik – omwille van de discussie – de laatste passage van bewijsmiddel 2 buiten beschouwing. Het gaat mij thans om de juridische grondslag van het betoog van de steller van het middel.
in verenigingplegen van openlijk geweld dat degene die bij wijze van sluitstuk nog enig geweld op een slachtoffer uitoefent, zulks gelijktijdig met of in aanwezigheid van zijn mededaders doet?
Bij de fietsen lagen [betrokkene 2] en [betrokkene 1]. Later ben ik daar ook geweest. Ik ging toen met [betrokkene 1] vechten, omdat ik ben geslagen. Ik heb hem een paar keer in zijn gezicht geslagen. Ik ging door met het in elkaar beuken.
inde verklaringen mijnerzijds):
Ik was niet bij de fietsen. Ik was met [betrokkene 4] en [betrokkene 3] bij de boom.Bij de fietsen lagen [betrokkene 2] en [betrokkene 1]. Later ben ik daar ook geweest. Ik ging toen met [betrokkene 1] vechten, omdat ikookben geslagen. Ik heb in zijn gezicht geslagen.Toen ontstond een kleine worsteling. Ik liep naar hem toe, toen schoot hij eerst twee keer. Daarna heb ik hem geslagen, het wapen afgepakt het magazijn eruit gehaald en het wapen weggegooid.” [5]
De klap van [betrokkene 4] kwam links op mijn gezicht en ik viel op de stoep. Ik stond meteen weer op. [betrokkene 4] werd door [betrokkene 3] naar de grond gehaald. Op het moment dat met pepperspray werd gespoten, werkte [betrokkene 2] [betrokkene 1] naar de grond tussen de boom en de fietsen. Ik stond op en ging meteen naar [betrokkene 1] toe. [betrokkene 2] ging weg. Toen kwam ik aangelopen. Ik heb er verder niet bij nagedacht. Ik moest erheen vanwege de adrenaline. Er ging niets door mijn hoofd, ik was geslagen. Ik liep op [betrokkene 1] af en hij schoot twee keer gericht.
(3). “Camerabeelden Dirk van den Broek entree buiten
tweede middelklaagt over de verwerping van een beroep op noodweer(exces).
42. Voor zover overwogen zou worden dat cliënt zich wel schuldig heeft gemaakt aan de openlijke geweldpleging (…), wordt opgemerkt dat cliënt op harde en zeer beangstigende wijze is aangevallen. Uit verscheidene verklaringen valt op te maken dat er herhaaldelijk pepperspray is gespoten en dat hij dusdanig hard in het gezicht wordt geslagen dat hij bijna het bewustzijn verliest.
iets terug te doen”, om “
door[te]
vechten, omdat ook ik ben geslagen” voortvloeide uit een hevige gemoedsbeweging.
Toen kwam ik aangelopen. Ik heb er verder niet bij nagedacht. Ik moest erheen vanwege de adrenaline. Er ging niets door mijn hoofd, ik was geslagen.” [11]
ten onrechteopengelaten. Een hevige gemoedsbeweging kan immers ook bestaan uit woede, verontwaardiging of drift. [12] Zolang (1) aannemelijk is dat de ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding doorslaggevend was voor het ontstaan van die gemoedstoestand, en (2) aannemelijk is dat het de verdachte verweten geweld het onmiddellijke gevolg was van die hevige gemoedsbeweging, is noodweerexces op zichzelf niet uitgesloten. [13]