Conclusie
1.Feiten en procesverloop
(…)
een paar bestaande managementleden uit (…) en voor 2-miljoen daarvan vraagt hij ons een krediet.
(…)
persoonlijk wel zou kunnen.
[betrokkene 4] Ok, dus ik mag aannemen dat het nu bevredigend is hè?
Wij hebben vernomen dat u voor de financiering van de overname van de certificaten van [A] Beheer bereid bent een borgtocht af te geven van EUR 2.000.000,-. Wij hebben met u besproken dat de bankfinanciering van de transactie in principe loopt tot uiterlijk 1 november 2010. Zodra de bankfinanciering is afgewikkeld zullen wij de borgtocht aan u retourneren. Mocht zich onverhoopt een situatie voordoen waardoor wij genoodzaakt zijn onder de door u afgegeven borgtocht te claimen, dan zeggen wij u toe dat wanneer dit het geval is u in onze rechten kunt treden voor het pandrecht dat rust op de aandelen van [B] Holding voor 22,2%. (…)”
Deze borgtocht is onafhankelijk van eventuele andere borgtochten en geldt voor al hetgeen de Kredietnemer aan de Bank nu of te eniger tijd verschuldigd mocht zijn, uit welken hoofde ook (…), echter tot eenmaximum bedragvan EUR 3.000.000,00 (…)”
(…) Wij hebben geconstateerd dat u met betrekking tot bovengenoemde faciliteit al enige tijd de kredietlimiet overschrijdt, momenteel voor een bedrag ad EUR 134.353,85. Wij verzoeken u dan ook uiterlijk 9 september as. de debetstand (...) terug te brengen tot de toegestane kredietlimiet, zijnde EUR 3.000.000,- (…)”
(…) De Vennootschap is al enige tijd in verzuim onder de Faciliteit. De Faciliteit is op 1 november 2010 komen te vervallen. (…) In 2011 hebben diverse besprekingen plaatsgevonden ten aanzien van het voortdurend verzuim en in november 2011 heeft ABN aangeboden geen handhavingsmaatregelen te treffen onder de voorwaarden zoals neergelegd in een concept standstillovereenkomst. (…) Ik constateer dat de standstillovereenkomst niet is ondertekend (…) Onder deze omstandigheden is ook de Faciliteit direct opeisbaar en is ABN gerechtigd om betaling te vorderen en de Faciliteit te beëindigen. (...) ABN is thans tevens bevoegd de zekerheden en garanties uit te winnen en om aanspraak te maken op de borgtocht. ABN zal de borg hieromtrent separaat berichten en een kopie sturen van deze brief. (…)”
2.Bespreking van het principale cassatieberoep
onderdeel 1klaagt Wave dat het hof in strijd met het recht, in het bijzonder art. 23 Rv Pro., geen beslissing heeft gegeven op haar vordering tot ontbinding van de borgtochtovereenkomst, maar slechts heeft beslist op haar (in verhouding tot de vordering tot ontbinding subsidiaire) vordering tot schadevergoeding. Althans is een eventueel oordeel van het hof hierover ten onrechte niet dan wel niet begrijpelijk en/of niet voldoende gemotiveerd in het licht van de vorderingen van Wave in deze procedure en het verweer van ABN AMRO daartegen. Het hof had de vordering tot ontbinding van de borgtochtovereenkomst althans tot verklaring voor recht dat deze overeenkomst is ontbonden, moeten toewijzen, aldus het onderdeel.
De borg is ontslagen, wanneer hij, door toedoen van den schuldeischer, niet meer treden kan in de regten, hypotheken en voorregten van dien schuldeischer.” Deze bepaling bevrijdde de borg derhalve van zijn verbintenis, zoals ook de ontbinding van de borgtochtovereenkomst dat doet, hoewel in de jurisprudentie uitdrukkelijk was bepaald dat geen sprake kon zijn van een vordering tot ontbinding (waarbij in beginsel immers alle verbintenissen komen te vervallen). Zij werd in diezelfde jurisprudentie ook toegepast bij schending van andere verplichtingen door de schuldeiser, maar werd tevens – voor alle gevallen – aldus uitgelegd, dat die bevrijding slechts plaatsvond voor zover de borg door toedoen van de schuldeiser nadeel had geleden, en dat de borg (ook) niet door ontbinding te vorderen in verdergaande mate kon worden bevrijd. [11]
3.Bespreking van het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep
het verwijt van Wave (…) dat ABN AMRO onzorgvuldig jegens haar heeft gehandeld door haar pas op 9 januari 2012 van het verzuim van S3&A in de nakoming van haar verplichtingen uit het kortlopend krediet in kennis te stellen en haar pas op 26 september 2012 te laten weten dat zij tot uitwinning van de borgtocht zou overgaan” (rov. 3.5.1); “
het beroep op onzorgvuldig handelen” (rov. 3.5.2); en dat “
gelet op de door ABN AMRO in acht te nemen zorgvuldigheid, niettemin van ABN AMRO [had] mogen worden verwacht dat zij Wave niet onkundig had gelaten van haar voornemen om S3&A in afwachting van een financiële herstructurering van de Partner Logistics groep nog niet op haar verzuim aan te spreken” (rov. 3.5.5).
Zie art. 2.1 van de Algemene Bankvoorwaarden, die prevaleren boven de akte.”, toch kan mijns inziens niet als onbegrijpelijk worden bestempeld dat het hof hierin (kennelijk) tevens een beroep op de niet-toepasselijkheid van de bepalingen van art. 4 van Pro de borgtochtovereenkomst op de schending van een zorgvuldigheidsplicht zoals hier aan de orde heeft gelezen.