Conclusie
eerste middelklaagt dat het arrest innerlijk tegenstrijdig is. Het middel wijst erop dat het hof een gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 5] in de penitentiaire inrichting Almere van 10 mei 2014 niet voor het bewijs zou hebben gebruikt terwijl het anderzijds onder meer aan dat gesprek grote bewijswaarde toekent.
tweede middelklaagt over de veroordeling voor feit 2. Het hof is eraan voorbij gegaan dat in deze zaak het omzetten van de buit van het eigen misdrijf niet wezenlijk verschilt van het verwerven of voorhanden hebben van voorwerpen uit eigen misdrijf.