Conclusie
middelklaagt dat de rechtbank met haar oordeel dat het strafvorderlijk belang zich niet verzet tegen teruggave van het inbeslaggenomen geldbedrag aan de klager op de grond dat “niet gesteld of gebleken is dat klager verdachte is in een strafrechtelijk onderzoek in Nederland en dat het beslag op het geld om die reden gehandhaafd dient te blijven” blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, althans dat het oordeel van de rechtbank dat het strafvorderlijk belang zich niet verzet tegen teruggave van het inbeslaggenomen geldbedrag aan de klager onbegrijpelijk is.