ECLI:NL:PHR:2018:319

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
9 januari 2018
Publicatiedatum
10 april 2018
Zaaknummer
16/02738
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 425 lid 3 SvArt. 3.j Regeling aantekening mondeling vonnisArt. 359 SvArt. 335 SvArt. 361 lid 4 Sv
Verwijzingen
12 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens ontbreken strafmotivering en beslissing op vordering benadeelde partij bij diefstal

De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor meermalen gepleegde diefstal door medeplegen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en een taakstraf van dertig uren. Het hof stelde echter in het mondeling arrest geen bijzondere redenen vast die de strafoplegging motiveren, zoals vereist volgens art. 425 lid 3 Sv Pro en de Regeling aantekening mondeling vonnis.

Daarnaast had de benadeelde partij zich als partij in het strafgeding gevoegd en een vordering ingediend, maar het hof had geen beslissing genomen op deze vordering, wat in strijd is met art. 335 en Pro 361.4 Sv. Hierdoor ontbrak een met redenen omklede beslissing op deze vordering in het arrest.

De Hoge Raad constateerde dat het arrest niet voldeed aan de wettelijke eisen voor strafmotivering en het beslissen op de vordering van de benadeelde partij. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor wat betreft de strafoplegging en het ontbreken van een beslissing op de vordering van de benadeelde partij en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en afdoening.

Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest wegens ontbreken strafmotivering en beslissing op vordering benadeelde partij, en verwijst zaak terug naar hof.

Conclusie

Nr. 16/02738
Zitting: 9 januari 2018
Mr. T.N.B.M. Spronken
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 25 mei 2016 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens “diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken en een taakstraf voor de duur van dertig uren.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
Het
middelbehelst de klacht dat het hof in zijn aantekening mondeling arrest niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven die de straf hebben bepaald.
3.1. Het middel klaagt hierover terecht. Blijkens de stukken van het geding heeft de enkelvoudige strafkamer van het hof het arrest doen aantekenen in het proces-verbaal van de terechtzitting. Een dergelijke aantekening van het mondeling arrest van de enkelvoudige kamer van het hof dient ingevolge art. 425, derde lid, Sv te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, kinderrechter, economische politierechter, de kantonrechter en de enkelvoudige kamer voor behandeling in strafzaken in hoger beroep van 2 oktober 1996 (hierna: de Regeling). [1] Art. 3 van Pro deze Regeling houdt onder j in dat de aantekening de navolgende gegevens dient te bevatten:
‘’opgelegde straf(fen) of maatregel(en) met vermelding van de bijzondere redenen die de straf(fen) hebben bepaald of tot de maatregel(en) hebben geleid. Verder in de voorkomende gevallen opgave van de strafmotiveringseisen, genoemd in art. 359, vierde, zesde, zevende en achtste lid, Sv."
Aangezien het hof in het geheel geen motivering ten aanzien van de opgelegde straf heeft gegeven, [2] voldoet het arrest van het hof niet aan de eisen van art. 359 Sv Pro, ook niet in de door hiervoor genoemde Regeling toegestane, aangepaste vorm.
3.2. Het middel slaagt.
4. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het hof, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Stcrt. 1996, 197; zie ook HR 5 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2922, rov. 4.3.
2.Het arrest bevat bijvoorbeeld ook geen verwijzing naar “al het vorenstaande”, zoals in HR 5 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2922 het geval was; zie ook de conclusie van AG Harteveld bij HR 17 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:360.